Door de farmaceutische industrie is een vaccin ontwikkeld tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) (Mexicaanse Griep). In Nederland zijn de vaccins Pandemrix® en Focetria® gebruikt. Deze vaccins zijn inmiddels geregistreerd bij de Europese registratieautoriteit EMEA.

Op 17 augustus jongstleden werd het advies van de Gezondheidsraad over het vaccineren tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) aan minister Klink aangeboden. Naar aanleiding van dit advies zijn medisch kwetsbare groepen, gezondheidswerkers en mantelzorgers die met patiënten in contact komen gevaccineerd. Hieraan zijn later de de kinderen van zes maanden tot en met vier jaar en de huisgenoten van kinderen onder de zes maanden, bijgekomen.

Melden van bijwerkingen

Het Ministerie van VWS heeft het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb aangewezen om de bijwerkingen van griepvaccins te verzamelen en te analyseren. De meldingen van bijwerkingen van de vaccins die Lareb ontvangen heeft, kunnen via de bijwerkingendatabank geraadpleegd worden. De veiligheidsbewaking van het vaccin gebeurt in goed overleg met het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Lareb rapporteert deze meldingen aan het CBG, de Europese bijwerkingendatabank en de Wereldgezondheidsorganisatie. Het CBG beoordeelt samen met de andere Europese registratieautoriteiten of maatregelen als gevolg van de meldingen noodzakelijk zijn.

Tot en met 6 januari 2010 werd wekelijks een samenvattend overzicht van de ontvangen meldingen van vermoede bijwerkingen op het vaccin tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) op de site geplaatst:

WEEKOVERZICHT 06-01-2010
WEEKOVERZICHT 23-12-2009
WEEKOVERZICHT 16-12-2009

WEEKOVERZICHT 09-12-2009
WEEKOVERZICHT 02-12-2009
WEEKOVERZICHT 25-11-2009
WEEKOVERZICHT 18-11-2009

Let op: Het feit dat een mogelijke bijwerking op een vaccin gemeld wordt, wil nog niet zeggen dat de gemelde verschijnselen ook daadwerkelijk door het vaccin veroorzaakt zijn. Lees de disclaimer.

Te verwachten bijwerkingen

De vaccins tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) betreffen zogenaamde ‘dode’ vaccins. Dat wil zeggen dat de vaccins uitsluitend dode virussen of componenten hiervan bevatten. In het algemeen kunnen vanaf drie tot 24 uur na toediening bijwerkingen van dode vaccins verwacht worden. Wanneer de tijd tussen toediening en het optreden van klachten langer is dan 24-36 uur wordt een causale relatie minder waarschijnlijk, tenzij het om een vertraagde allergische reactie (> 24 uur) gaat.

Acute allergische reacties kunnen onmiddellijk na toediening van het vaccin optreden. Allergische reacties treden sporadisch op na vaccinaties; zeer zelden treden anafylactische reacties op. Allergische reacties worden vaak veroorzaakt door (resten van) hulpstoffen als kippenei-eiwit of antibiotica als neomycine.

Vertraagd type allergische reacties bereiken meestal 24-72 uur na toediening van het vaccin hun maximum. Bij allergische reacties binnen 24 uur na toediening van het vaccin is vaak niet mogelijk om zonder aanvullend onderzoek uitspraken te doen om welk type het gaat.

Omdat het bij de vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) om een nieuw vaccin gaat, is het veiligheidsprofiel waarschijnlijk nog niet volledig. Daarom worden de bijwerkingen onderzocht. Waarschijnlijk zullen de bijwerkingen vergelijkbaar zijn met de bijwerkingen van het bestaande griepvaccin.

Vaak, dat wil zeggen bij 1-10% van de patiënten, voorkomende bijwerkingen van griepvaccins zijn hoofdpijn, zweten, gewrichtspijn, spierpijn, lokale reacties op de prikplek en malaise. Meestal verdwijnen deze klachten vanzelf binnen één tot twee dagen.

Soms (0,1-1%) treden ook gegeneraliseerde huidreacties op. In zeldzame gevallen (0,01-0,1%) kunnen allergische reacties, zenuwpijn, tintelingen en epileptische aanvallen optreden. In minder dan 0,01% werden klachten als het Guillain-Barré syndroom gevonden.