Hulpstoffen in vaccins kunnen soms klachten veroorzaken. Bijvoorbeeld reacties op de prikplek, koorts, hoofdpijn, vermoeidheid en spierpijn. Deze klachten verdwijnen meestal weer vanzelf binnen een paar dagen. In zeer zeldzame gevallen kan een hulpstof een acute allergische reactie veroorzaken. Hulpstoffen in vaccins zorgen ervoor dat een vaccin beter kan werken, bewaard kan blijven of makkelijker toe te dienen is. Hulpstoffen worden in kleine hoeveelheden toegevoegd aan vaccins. Deze hoeveelheid is niet schadelijk. Veel hulpstoffen komen van nature ook voor in het lichaam, voedsel of drinkwater. [1-11]
Achtergrondinformatie
Er zijn verschillende soorten hulpstoffen in vaccins
Adjuvantia versterken of verlengen de werkzaamheid van een vaccin. Voorbeelden zijn: Aluminiumfosfaten, aluminiumhydroxide, AS04, MF59, Matrix-M.
Inactiveringsmiddelen, zoals formaldehyde en glutaaraldehyde, maken bacteriën en virussen (toxines) onschadelijk.
Oplosbaarheidverbeterende stoffen/dragers, emulgatoren en stabilisatoren hebben verschillende functies. Ze stabiliseren antigenen, verlengen de houdbaarheid en vergemakkelijken de toediening en opname in cellen. Voorbeelden zijn: sucrose, polysorbaten, polyethyleenglycol (PEG).
Conserveermiddelen verlengen de houdbaarheid van een vaccin en voorkomen bederf. Thiomersal en fenoxyethanol zijn voorbeelden hiervan.
Zouten, buffers en water stabiliseren de antigenen in een vaccin. Ook vergemakkelijken ze de toediening. Denk aan natriumchloride (NaCl) en kaliumchloride (KCl). [2, 12-14]
Adjuvantia in vaccins kunnen roodheid, zwelling en pijn op de injectieplaats geven
Deze klachten op de injectieplaats zijn meestal mild. Ze horen bij een ontstekingsreactie [1, 2]. De meeste klachten verschijnen binnen 48 uur na vaccinatie en houden enkele dagen aan. Adjuvantia kunnen ook zorgen voor systemische reacties zoals koorts, malaise en spierpijn. Aluminiumzouten kunnen soms ook een (jeukend) bultje op de injectieplaats veroorzaken. Deze klachten verschijnen meestal later, van enkele weken tot maanden na vaccinatie. Behandeling van de klachten is in de meeste gevallen niet nodig [1-5, 12, 15]. Zouten, buffers en water die zijn toegevoegd aan een vaccin veroorzaken geen bijwerkingen [1, 2].
Hulpstoffen zijn soms de oorzaak van een overgevoeligheidsreactie
Acute allergische reacties zijn heel erg zeldzaam. Deze allergische reacties treden binnen enkele minuten tot een uur na vaccinatie op en hebben gelijk behandeling nodig. PEG, polysorbaat 80 en gelatine worden beschreven als mogelijke hulpstof die een acute (anafylactische) reactie kan uitlokken bij mensen die daar gevoelig voor zijn [14, 16, 17]. Daarnaast komen vertraagde reacties voor. Deze uiten zich meestal in de vorm van een (lokale) huidreactie na enkele dagen. Gelatine, aluminiumzouten, thiomersal en formaldehyde zijn stoffen die in verband worden gebracht met vertraagde huidreacties. Behandeling van deze huidreacties is in meeste gevallen niet nodig. Huidreacties zijn meestal ook geen contra-indicatie voor een vervolgvaccinatie [1, 2, 15].
In vaccins zit een zeer kleine hoeveelheid formaldehyde
Het gaat hierbij om 0,1 milligram per dosis. Daarnaast hoopt deze stof zich niet op in het lichaam en wordt het snel afgebroken. Formaldehyde in vaccins is daarom niet schadelijk. Formaldehyde is een lichaamseigen stof die ook in groente en fruit zit. Langdurige blootstelling aan grote hoeveelheden formaldehyde via de lucht is wel schadelijk [2, 6].
Thiomersal in vaccins is niet schadelijk
Thiomersal bestaat voor 49,6% uit kwik. Bezorgdheid om kwik in vaccins heeft vaak betrekking op methylkwik. Methylkwik kan zich opstapelen in het lichaam. Thiomersal valt echter uiteen in het lichaam in een ander soort kwik, namelijk ethylkwik en thiosalicylaat. Ethylkwik wordt snel uitgescheiden via de ontlasting en opstapeling in het lichaam is zeer onwaarschijnlijk [1, 2, 7, 8]. Vaccins die binnen het Rijksvaccinatieprogramma gebruikt worden bevatten geen thiomersal. Bij vaccins waarin wel thiomersal is verwerkt, wordt maar een kleine hoeveelheid thiomersal gebruikt [2, 7-9] .
Er is onduidelijkheid over het ASIA syndroom
In 2011 is de term ASIA syndroom (Autoimmune/inflammatory syndrome induced by adjuvants) geïntroduceerd in de medische literatuur. Het ASIA syndroom zou een groot aantal auto-immuun en inflammatoire klachten omvatten die worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een siliconen implantaat of een adjuvant in een vaccin. Een relatie met vaccinaties en het ontstaan van deze klachten is onduidelijk. De huidige onderzoeken spreken elkaar tegen [1, 18, 19].
1. Geersing THH, Wil J.A.; Tempels-Pavlica, Žana; Hans C. Rümke, Hans C.; de Koning, Lidwine C.M.J.; Borgsteede, Sander D. Overgevoeligheidsreacties en vaccins. Ned Tijdschr Geneeskd 2017;161(D1491):1-7.
2. Rümke HC. Samenstelling van vaccins en bijwerkingen. Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg. 2016;48:126-33.
3. Principi N, Esposito S. Aluminum in vaccines: Does it create a safety problem? Vaccine. 2018;36(39):5825-31. PMID: 30139653.
4. Bergfors E, Hermansson G, Nystrom Kronander U, Falk L, Valter L, Trollfors B. How common are long-lasting, intensely itching vaccination granulomas and contact allergy to aluminium induced by currently used pediatric vaccines? A prospective cohort study. Eur J Pediatr. 2014;173(10):1297-307. PMID: 24752308.
5. Salik E, Lovik I, Andersen KE, Bygum A. Persistent Skin Reactions and Aluminium Hypersensitivity Induced by Childhood Vaccines. Acta Derm Venereol. 2016;96(7):967-71. PMID: 27068337.
6. Offit PA, Jew RK. Addressing parents' concerns: do vaccines contain harmful preservatives, adjuvants, additives, or residuals? Pediatrics. 2003;112(6 Pt 1):1394-7. PMID: 14654615.
7. Moorer-Lanser N V-dBP. Veiligheidsbewaking en Consultatie vaccins: Thiomersal in vaccins RIVM rapport. 2009.
8. DeStefano F, Bodenstab HM, Offit PA. Principal Controversies in Vaccine Safety in the United States. Clin Infect Dis. 2019;69(4):726-31. PMID: 30753348.
9. Golos A, Lutynska A. Thiomersal-containing vaccines - a review of the current state of knowledge. Przegl Epidemiol. 2015;69(1):59-64, 157-61. PMID: 25862449.
10. McNeil MM, DeStefano F. Vaccine-associated hypersensitivity. J Allergy Clin Immunol. 2018;141(2):463-72. PMID: 29413255.
11. Caballero ML, Krantz MS, Quirce S, Phillips EJ, Stone CA, Jr. Hidden Dangers: Recognizing Excipients as Potential Causes of Drug and Vaccine Hypersensitivity Reactions. J Allergy Clin Immunol Pract. 2021;9(8):2968-82. PMID: 33737254.
12. Lan J, Feng D, He X, Zhang Q, Zhang R. Basic Properties and Development Status of Aluminum Adjuvants Used for Vaccines. Vaccines (Basel). 2024;12(10). PMID: 39460352.
13. Castrodeza-Sanz J, Sanz-Muñoz I, Eiros JM. Adjuvants for COVID-19 Vaccines. Vaccines (Basel). 2023;11(5). PMID: 37243006.
14. Nicaise-Roland P, Granger V, Soria A, Barbaud A, Pallardy M, Chollet-Martin S, et al. Immediate hypersensitivity to COVID-19 vaccines: Focus on biological diagnosis. Front Allergy. 2022;3:1007602. PMID: 36249342.
15. Aquino MR, Bingemann TA, Nanda A, Maples KM. Delayed allergic skin reactions to vaccines. Allergy Asthma Proc. 2022;43(1):20-9. PMID: 34983706.
16. Stone CA, Jr., Garvey LH, Nasser S, Lever C, Triggiani M, Parente R, et al. Identifying and Managing Those at Risk for Vaccine-Related Allergy and Anaphylaxis. J Allergy Clin Immunol Pract. 2023;11(7):2008-22. PMID: 37182566.
18. Caldarelli M, Rio P, Giambra V, Gasbarrini A, Gambassi G, Cianci R. ASIA Syndrome: State-of-the-Art and Future Perspectives. Vaccines (Basel). 2024;12(10). PMID: 39460349.
19. Ameratunga R, Gillis D, Gold M, Linneberg A, Elwood JM. Evidence Refuting the Existence of Autoimmune/Autoinflammatory Syndrome Induced by Adjuvants (ASIA). J Allergy Clin Immunol Pract. 2017;5(6):1551-5 e1. PMID: 28888842.