Systemische corticosteroïden tijdens de zwangerschap

In het kort

Corticosteroïden kunnen gebruikt worden tijdens de zwangerschap als dit nodig is. De voorkeur gaat uit naar prednison, prednisolon en hydrocorti­son. Deze middelen komen het minste bij het ongeboren kind.

Let op

  • Langdurig gebruik van hoge doseringen corticosteroïden kan de groei van het ongeboren kind vertragen. Ook kan het de afweer van de baby verminderen. Het is belangrijk om de groei van het kind tijdens de zwangerschap te controleren.
  • Continu gebruik in het derde trimester kan de bijnierschors van het kind remmen.

Lees verder onder de tabel voor uitgebreide informatie.

Risico indeling

  • Mogelijk risico tooltip icon Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind. Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - betamethason
    • - cortison
    • - dexamethason
    • - fludrocortison
    • - hydrocortison
    • - methylprednisolon
    • - prednisolon
    • - prednison
    • - triamcinolon

Achtergrondinformatie

Predniso(lo)n en hydrocortison hebben de voorkeur in de zwangerschap
Deze middelen kunnen maar beperkt bij de foetus komen. Ze worden grotendeels geïnactiveerd in de placenta. De foetale serumcon­centraties zijn bij hydrocortison en prednisolon ongeveer 10% van de maternale con­centratie. Voor betamethason en dexamethason geldt dit in veel mindere mate. Bij betamethason zijn de foetale serumconcentraties ongeveer 30% van de maternale concentratie, bij dexamethason bijna 100%.

Doseer hydrocortison en predniso(lo)n zo kort en zo laag mogelijk. Tegen een stootkuur met prednison of prednisolon is geen bezwaar.

Risico op aangeboren afwijkingen
Uit onderzoek komt geen duidelijk hoger risico op aangeboren afwijkingen naar voren. Bij proefdieren zijn corticosteroïden in hoge doses teratogeen. Er wordt een verhoogde kans op schisis (gespleten verhemelte) gezien. Bij de mens zijn de gegevens niet eenduidig. De meeste studies laten geen verhoogd risico zien, maar een gering risico op schisis is niet uit te sluiten.
Het meeste onderzoek tijdens de zwangerschap is met predniso(lo)n en betamethason.

Risico op andere effecten bij het (ongeboren) kind
Chronisch gebruik van hogere doseringen (prednisondoseringen van meer dan 10 mg per dag) leidt mogelijk tot intra-uteriene groeivertraging. Chronisch gebruik in het derde trimester kan neonatale bijnierschorssuppressie veroorzaken. Kenmerken hiervan zijn neonatale hypoglykemie, hypotensie, elektrolytverstoringen en verstoring van de immuunrespons.

Substitutietherapie met hydrocortison, cortison en fludrocortison
Bij acute en primaire of secundaire bijnierschorsinsufficiëntie zijn de natuurlijke corticosteroïden hydrocortison en cortison het meest geschikt. Substitutietherapie leidt waarschijnlijk niet tot neonatale bijnierschorssuppressie of intra-uteriene groeivertraging.

Fludrocortison heeft voornamelijk een mineralocorticoïde werking. Fludrocortison kan tijdens de zwangerschap gegeven worden als substitutietherapie.

Informatie over de cutane toepassing is te vinden op de pagina over corticosteroïden op de huid.
Informatie over de toepassing bij astma is te vinden op de pagina over corticosteroïden per inhalatie bij astma.
Informatie over de rectale toepassing is te vinden op de pagina over corticosteroïden bij chronische darmontsteking.

Laatst bijgewerkt op 09-05-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.