Middelen bij erfelijk angio-oedeem tijdens de zwangerschap

Overzicht

Het is onbekend of de middelen bij erfelijk angio-oedeem veilig gebruikt kunnen worden tijdens de zwangerschap. Hier is onvoldoende onderzoek naar gedaan. Doorgaan met de behandeling om een acute aanval te voorkomen en de behandeling van een acute aanval tijdens de zwangerschap kan noodzakelijk zijn.

Risico indeling

  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - c1-esteraseremmer, uit plasma
    • - conestat alfa
    • - icatibant
    • - lanadelumab
arrow icon

C1-esteraseremmer (afkomstig uit humaan plasma) en conestat alfa (recombinant)
Case reports en case series met ongeveer 75 zwangerschappen met blootstellingen aan C1 esteraseremmers ergens in de zwangerschap laten geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen zien of andere nadelige effecten. Dit is te weinig voor een goede inschatting van het risico. C1 esteraseremmer is een eiwit dat normaal in het lichaam voorkomt. Bij bepaalde typen erfelijk angio-oedeem werkt dit eiwit onvoldoende. C1-esteraseremmers worden vaak gezien als de voorkeursbehandeling bij erfelijk angio-oedeem tijdens de zwangerschap. Echter, gelet de aard en de ernst van de aandoening moet de behandeling individueel bepaald worden.

Icatibant
Drie case reports beschrijven 5 zwangerschappen met gebruik van icatibant tijdens de zwangerschap. Er werden geen aangeboren afwijkingen gezien. In een case serie met 6 zwangerschappen waarbij naast C1 esteraseremmers ook icatibant werd gebruikt (beperkt details beschikbaar), werden 6 gezonde kinderen geboren. De termijn van de blootstelling varieerde tussen de 11 zwangerschappen. Het is te weinig voor een goede inschatting van het risico. Het is mogelijk dat de hoge molekuulgrootte (1305) de placentapassage beperkt. De eiwitbinding is echter laag, dit vergemakkelijkt juist de placentapassage.

Lanadelumab
Er zijn geen case reports of studies naar het gebruik van lanadelumab tijdens de zwangerschap. Lanadelumab is een monoklonaal antilichaam. Monoklonale antilichamen passeren in het eerste trimester de placenta nauwelijks. Vanaf het tweede trimester neemt de placentapassage door actief transport toe. De passage is het hoogste vlak voor de partus. Deze middelen hebben een lange halfwaardetijd en zijn nog lang na toediening in het bloed aantoonbaar. In verschillende onderzoeken zijn meetbare plasmaconcentraties van andere monoklonale antilichamen zoals adalimumab en infliximab gevonden bij de pasgeborene, ook wanneer het middel in het derde trimester gestopt is. De stoffen kunnen daardoor nog lang farmacologisch actief zijn bij het kind. 

Laatst bijgewerkt op 15-05-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.