Sulfonamiden en trimethoprim bij infecties tijdens de borstvoedingsperiode

In het kort

Trimethoprim kan worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Ook sulfamethoxazol en cotrimoxazol kunnen waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding van een gezonde, voldragen baby.

Let op

  • Als er diarree bij de zuigeling ontstaat tijdens het gebruik van het antibioticum door de moeder, kan dit door het geneesmiddel komen.
  • Vermijd sulfonamiden tijdens de borstvoeding als het kind te vroeg geboren is, of hyperbilirubinemie (te hoog gehalte bilirubine) of een G6PD-deficientie heeft.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - trimethoprim
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan.
    • - cotrimoxazol (trimethoprim / sulfamethoxazol)
    • - sulfamethoxazol
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - sulfadiazine
    • - sulfametrol

Achtergrondinformatie

Trimethoprim
Trimethoprim komt in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht. Van trimethoprim worden geen nadelige effecten bij het kind verwacht. Trimethoprim is een foliumzuurantagonist.

Sulfonamiden
Sulfonamiden kunnen een hyperbilirubinemie en hemolytische anemie veroorzaken bij prematuren en bij zuige­lingen met een tekort aan G6PD. Bij borstvoeding van een gezonde, voldragen pasgeborene tijdens sulfamethoxazol gebruik door de moeder, is de kans hierop laag. Sulfamethoxazol gaat namelijk weinig over in de borstvoeding.  Met het gebruik van sulfadiazine en sulfametrol tijdens de borstvoeding is geen ervaring, en is het risico hierop niet in te schatten.

Glucose-6-fosfaat-dehydrogenase deficiëntie (G6PD-deficiëntie)
G6PD-deficiëntie is een erfelijke aandoening en komt met name voor bij mensen die afkomstig zijn uit het Middellandse Zeegebied, Suriname, de Antillen, Azië en Afrika. In de oorspronkelijke Noord-Europese bevolking komt G6PD-deficientie weinig voor (de incidentie is 0,1%).

Antibacteriële middelen tijdens de borstvoeding
Bij het maken van een afweging tussen de verschillende antibiotica kan het nuttig zijn de ervaring met de behandeling van neonaten te betrekken (zie het Kinderformularium). Antimicrobiële middelen gaan in het algemeen in kleine hoeveelheden over in de moe­dermelk. In het bloed van zuigelingen zijn minimale concentraties aangetroffen. In theorie is het mogelijk dat de darmflora van de zuigeling wordt beïnvloed. Dit leidt hooguit tot wat dunnere ontlasting.

Laatst bijgewerkt op 09-10-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.