Lokale corticosteroïden bij oogaandoeningen tijdens de zwangerschap
Overzicht

Corticosteroïden in oogdruppels, -gel of -zalf kunnen tijdens de zwangerschap gebruikt worden. Deze toepassingen bevatten maar een hele kleine hoeveelheid geneesmiddel dat via het oog in het lichaam kan worden opgenomen. Hierdoor komt zo weinig van de werkzame stof bij het kind dat nadelige effecten onwaarschijnlijk zijn. Dit geldt ook voor het dexamethason implantaat.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - dexamethason (oogdruppels of ooggel) (implantaat)
    • - fluormetholon
    • - hydrocortison
    • - prednisolon

Naar de veiligheid van het gebruik van corticosteroïden in oculaire toediening is tijdens de zwangerschap geen onderzoek gedaan. Er zijn slechts enkele case reports bekend met zwangerschapsblootstelling aan oculaire dexamethason (intravitreale injecties). De blootstelling was meestal na het eerste trimester. Er werden gezonde kinderen geboren.  
Naar andere toedieningsvormen van corticosteroïden tijdens de zwangerschap is wel onderzoek gedaan. Voor meer informatie over corticosteroïden, zie de informatie over de systemische toepassing van corticosteroïden tijdens de zwangerschap.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.