Lokale middelen bij ooginfecties tijdens de zwangerschap
Overzicht

De meeste oogdruppels en oogzalven kunnen gebruikt worden tijdens de zwangerschap.

Bij gebruik van oogdruppels of oogzalf wordt maar een hele kleine hoeveelheid van het geneesmiddel via het traanvocht in het lichaam opgenomen. Hierdoor komt zo weinig van de werkzame stof bij het kind dat nadelige effecten onwaarschijnlijk zijn.

Let op

  • Gebruik oogdruppels of oogzalf met chlooramfenicol niet aan het einde van de zwangerschap.
  • Gebruik oogdruppels met povidonjodium alleen kortdurend.
  • Door na het druppelen van het oog de traanbuis een tot drie minuten dicht te drukken, wordt de opname van het geneesmiddel in het lichaam verder verminderd. Hierdoor kan er nog minder bij het kind komen.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - aciclovir
    • - azitromycine
    • - erytromycine
    • - framycetine
    • - fusidinezuur
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - ganciclovir
    • - gentamicine
    • - moxifloxacine
    • - neomycine
    • - ofloxacine
    • - oxytetracycline
    • - polymyxine b
    • - povidonjodium (kortdurend)
    • - tetracycline
    • - tobramycine
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - chlooramfenicol
    • - povidonjodium (langdurig)

Over het gebruik van deze middelen tijdens de zwangerschap in oogdruppelvorm zijn weinig gegevens bekend. Kijk daarom eventueel ook bij het hoofdstuk over het betreffende middel bij systemisch gebruik.

Chlooramfenicol
Bij systemische gebruik van chlooramfenicol aan het einde van de zwangerschap zijn nadelige effecten bij het pasgeboren kind gemeld. De verschijnselen lijken op het Grey babysyndroom met een asgrijze huidskleur of cyanose, een gezwollen buik, hypothermie, lethargie, cardiovasculaire collaps en ademhalingsdepressie. Bij gebruik van oogdruppels of oogzalf wordt maar een hele kleine hoeveelheid van het geneesmiddel via het traanvocht in het lichaam opgenomen. Hierdoor komt zo weinig van de werkzame stof bij het kind dat deze nadelige effecten onwaarschijnlijk zijn na gebruik van oogdruppels of -zalf.

Het is onwaarschijnlijk dat gebruik van oogdruppels of oogzalf met chlooramfenicol in het eerste trimester een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen geeft.

Povidonjodium
Hoge doseringen jodium kunnen leiden tot hypothyreoïdie en een vergrote schildklier bij de foetus. Deze effecten kunnen vanaf de twaalfde week optreden. Vanaf dat moment neemt de foetale schildklier jodium op. Bij eenmalig of kortdurend gebruik van povidonjodium-oogdruppels is de opname in het lichaam zo klein dat een nadelig effect onwaarschijnlijk is.

Azitromycine
De beschikbare gegevens over het systemisch gebruik van azitromycine laten geen verhoogd risico zien op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten. Na toediening van azitromycine in het oog zijn geen plasmaspiegels detecteerbaar.

Chinolonen
In dierproeven veroorzaken chinolonen zoals moxifloxacine en ofloxacine kraakbeenafwijkingen. Daarom wordt het gebruik van deze middelen tijdens de zwangerschap afgeraden. Bij de mens zijn deze effecten, die vanaf het tweede trimester kunnen optreden, nooit gezien. De blootstelling aan chinolonen in oogdruppels of oogzalf is zo laag, dat het gebruik waarschijnlijk veilig is.

Tetracyclinen
Systemisch gebruik van tetracyclinen zoals oxytetracycline en tetracycline in de tweede helft van de zwangerschap kan verkleuring van de tanden en een vertraagde osteogenese veroorzaken. De blootstelling via oogdruppels of oogzalf is waarschijnlijk niet klinisch relevant.

Aminoglycosiden
Aminoglycosiden zoals framycetine, gentamicine, neomycine en tobramycine hebben in hoge, systemische doseringen oto- en nefrotoxische effecten. Bij lokale toediening van aminoglycosiden is de absorptie minimaal. De systemische belasting wordt bij deze toe­dieningswegen te laag geacht om effecten bij de foetus te kunnen veroorzaken.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.