Oestrogenen tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Vanaf zes weken na de bevalling is het waarschijnlijk veilig om met combinatie anticonceptie (oestrogeen samen met progestageen) te starten. Voor die tijd kan oestrogeen-bevattende anticonceptie de borstvoeding mogelijk nadelig beïnvloeden. Bovendien kan combinatie anticonceptie het risico op trombose in de eerste weken na de bevalling verder verhogen.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - estradiol (≥ 6 weken na bevalling)
    • - ethinylestradiol (minder dan 50 mcg per dag) (≥ 6 weken na bevalling)
  • Mogelijk risico tooltip icon Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - estradiol (≤ 6 weken na bevalling)
    • - ethinylestradiol (minder dan 50 mcg per dag) (≤ 6 weken na bevalling)
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - estriol
    • - ethinylestradiol (meer dan 50 mcg per dag)
arrow icon

Oestrogenen gaan in geringe mate over in de moedermelk. Tot nu toe zijn geen nadelige effecten op de zuigeling gezien.

Kwaliteit moedermelk
Verschillende onderzoeken hebben de sub-50 pil (anticonceptiepil met minder dan 50 microgram ethinylestradiol) vergeleken met de minipil. Daaruit blijkt dat de sub-50 pil de melkproductie en de samenstelling van de moedermelk negatief kan beïnvloeden bij starten kort na de bevalling. Daarnaast kan de sub-50 pil de totale duur van borstvoeding verminderen. Het effect is klein, en de hoeveelheid onderzoek is beperkt en van matige kwaliteit.

Bij het starten van oestrogeen-bevattende anticonceptiva vanaf zes weken na de bevalling, worden deze nadelige effecten niet meer gemeld.

Risico trombose 
Het risico op trombose is verhoogd in de zwangerschap en in de eerste 3-6 weken na de bevalling. Combinatie anticonceptiva met oestrogenen en progestagenen kunnen dit risico verder verhogen.

Laatst bijgewerkt op 11-10-2018


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.