Aa Lettergrootte
16
 
Coronavaccin tijdens de zwangerschap
Overzicht

Het is onbekend of een coronavaccin veilig kan worden gegeven tijdens de zwangerschap. Er zijn geen studies gedaan naar de veiligheid van coronavaccins tijdens de zwangerschap. Maak voor de zwangere vrouw een individuele keuze om wel of niet te vaccineren. Weeg hierbij af of de zwangere bepaalde ziekten heeft (risico voor ernstige COVID-19) en haar risico op besmetting. Denk hierbij aan obesitas (zeer ernstig overgewicht), diabetes (suikerziekte), ernstige chronische nier-, lever-, long- en hartaandoeningen, en aan zorgverleners met nauwe contacten met patiënten. 
Op grond van wat we weten van andere vaccins en hoe deze vaccins werken, worden geen nadelige effecten op de vruchtbaarheid, de periode van kinderwens of tijdens de zwangerschap verwacht.

Let op
Lareb verricht onderzoek naar de veiligheid van coronavaccinatie tijdens de zwangerschap. Alle zwangere vrouwen kunnen hier tijdens hun zwangerschap aan mee doen via Moeders van Morgen.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - astrazeneca vaccin
    • - moderna vaccin
    • - pfizer/biontech vaccin

Er zijn geen studies gedaan naar de veiligheid van het coronavaccin tijdens de zwangerschap. Zwangere vrouwen werden niet geïncludeerd tijdens de clinical trials. Wel raakten een aantal vrouwelijke deelneemsters aan deze trials onbedoeld zwanger rondom de vaccinatie. Het aantal is te laag om een goede risico-inschatting te maken. Daarbij zijn de zwangerschapsuitkomsten (nog) niet bekend. Er wordt geadviseerd om een risico afweging te maken op grond van individuele factoren bij de zwangere vrouw, zoals onderliggende ziektes en het risico op besmetting. Zie hiervoor ook het standpunt “vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed” van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. 

Er zijn verschillende types coronavaccin; mRNA vaccins, recombinante vector vaccins en sub(unit) eiwit vaccins. In Nederland wordt vanaf 6 januari 2021 tegen COVID-19 gevaccineerd met het mRNA vaccin Comirnaty ® van Pfizer/BioNTech (werkzame stof is tozinameran). Het bevat een klein stukje mRNA. Ook het vaccin van Moderna bevat mRNA. Geen van de in Nederland beschikbare vaccins bevatten levend (verzwakt) coronavirus. Het is niet te verwachten dat het vaccineren met de beschikbare coronavaccins een verhoogd risico geeft op nadelige effecten voor de zwangerschap en het kind. Er is zeer veel ervaring met vaccineren met diverse andere vaccins tijdens de zwangerschap. Hiervan zien we geen verhoogd risico op nadelige effecten op de zwangerschap of het kind. Echter met specifiek mRNA vaccins tijdens de zwangerschap is nog geen ervaring, omdat dit een nieuwe techniek is. Het vaccin van AstraZeneca in samenwerking met de universiteit van Oxford en het vaccin van Janssen & Johnson & Johnson zijn beide recombinante vector vaccins. 

Bijwerkingen zoals die ook bij andere gevaccineerden te verwachten zijn, zoals koorts en een rode prikplekreactie, zijn ook bij zwangeren mogelijk. Koorts tijdens de zwangerschap dient met paracetamol behandeld te worden. Hoge koorts kan nadelige effecten hebben voor het kind. Ook een (ernstige) allergische reactie op een vaccin kan ook nadelig zijn voor de zwangerschap, en moet adequaat behandeld worden.

Zie verder de website van de European Medicines Agency (EMA) en van de Society for Maternal-Fetal Medicine (SMFM).

Voor meer algemene informatie over de vaccinontwikkeling, zie de website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Microbiologie

Laatst bijgewerkt op 10-02-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.