Aa Lettergrootte
16
 
Coronavaccin tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Het is onbekend of het coronavaccin veilig kan worden gebruikt tijdens de borstvoedingsperiode. Nadelige gevolgen voor het kind worden niet verwacht. 

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - tozinameran (coronavaccin pfizer/biontech)

Er zijn nog geen studies gedaan naar de veiligheid van het coronavaccin tijdens de borstvoeding. Het is echter onwaarschijnlijk dat het vaccineren met deze coronavaccins tijdens de borstvoeding een verhoogd risico geeft op nadelige effecten bij het kind. Met diverse andere vaccins tegen andere infectieziekten is er wel ervaring tijdens de borstvoeding. Hiervan zien we geen verhoogd risico op nadelige effecten bij het kind. Behoudens enkele vaccins met levend verzwakt virus, zijn er geen vaccins gecontra-indiceerd tijdens de borstvoeding. Geen van de in Nederland beschikbare vaccins bevatten levend (verzwakt) virus. 
Zie hiervoor ook het standpunt “vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed” van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. 


Er zijn verschillende types coronavaccin; mRNA vaccins, recombinante vector vaccins en sub(unit) eiwit vaccins. In Nederland wordt vanaf 6 januari 2021 met het mRNA vaccin Comirnaty ® van Pfizer/BioNTech (actieve stof is tozinameran) tegen COVID-19 gevaccineerd. Het bevat een klein stukje mRNA. Ook het vaccin van Moderna bevat mRNA. Naar specifiek mRNA vaccins tijdens de borstvoeding zijn geen studies gedaan, omdat dit een nieuwe techniek is.

Zie verder de website van de European Medicines Agency (EMA)

Voor meer algemene informatie over de vaccinontwikkeling, zie de website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Microbiologie (KNVM) 

Laatst bijgewerkt op 08-01-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.