Coronavaccin tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Het coronavaccin kan tijdens de borstvoedingsperiode gegeven worden. De studies tot nu toe laten geen ernstige nadelige gevolgen zien voor het kind na corona-vaccinatie van de moeder. De ervaring is vooral opgedaan met het vaccin van Pfizer en van Moderna. Er is ook veel onderzoek gedaan naar andere niet-levende vaccins. Deze worden tijdens de borstvoedingsperiode als veilig beschouwd.

Antistoffen die de moeder aanmaakt na vaccinatie, zijn aangetoond in de moedermelk. Deze antistoffen kunnen bijdragen aan de bescherming van het kind tegen een corona-infectie. 
De multidisciplinaire werkgroep COVID-19 & Zwangerschap ziet geen bezwaar in het vaccineren van vrouwen die borstvoeding geven. 

 

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - astrazeneca vaccin (vaxzevria)
    • - janssen vaccin
    • - moderna vaccin
    • - pfizer vaccin (comirnaty)

Veiligheid
In studies met ongeveer 100 moeders gevaccineerd met het vaccin van Pfizer, werden geen ernstige nadelige gevolgen voor het kind gezien. (1, 10). Een andere studie is gedaan bij 180 moeders die borstvoeding gaven en het Pfizer vaccin (128 vrouwen) of het Moderna vaccin (52 vrouwen) kregen. Er werden geen ernstige nadelige gevolgen voor het kind gezien na toediening van zowel het eerste als het tweede vaccin. Een deel van de vrouwen gaf aan een verminderde melkproductie te hebben. De melkproductie herstelde zich in alle gevallen binnen 72 uur. Mogelijk hangt de verminderde melkproductie samen met systemische bijwerkingen bij de moeder zoals vermoeidheid, koorts en braken. Ook toename van melkproductie en verandering van kleur werd gemeld. (7, nog zonder peer review)

Geen overgang van mRNA naar de moedermelk
Eén studie onderzoekt bij 6 vrouwen de overgang van mRNA vaccinbestanddelen naar moedermelk . Vijf vrouwen werden gevaccineerd met het Pfizer vaccin en één vrouw met het Moderna vaccin. De moedermelk werd gedurende 2 dagen onderzocht op mRNA van het vaccin. Er werd geen mRNA in de moedermelk aangetoond. (9, nog zonder peer review)

Overgang van antistoffen naar de moedermelk
In studies is aangetoond dat er antistoffen naar de moedermelk overgaan, enkele weken na vaccinatie van moeder. De case series beschrijven ongeveer 210 moeders die borstvoeding geven en gevaccineerd werden, ongeveer 80% van hen met het vaccin van Pfizer, de overige moeders met het vaccin van Moderna. Bij bijna alle moeders werden antistoffen in de melk aangetoond. De betreffende moeders hadden geen COVID-19 besmetting (gehad) (1-6, 8, 10, diverse studies nog zonder peer review). De hoeveelheid antistoffen in de moedermelk kan sterk toenemen na de tweede vaccinatie (10).

Meedoen aan onderzoek
Het COVID MILK onderzoeksteam van het AmsterdamUMC onderzoekt de antistoffen in de moedermelk na de verschillende soorten vaccinaties tegen het coronavirus. Wordt u binnenkort gevaccineerd, u geeft borstvoeding en wilt meedoen aan dit onderzoek, dan kun u contact opnemen met covid.milk@amsterdamumc.nl.

Belangrijke links
Het standpunt van het European Network of Teratology Information Services (ENTIS).
De website van de European Medicines Agency (EMA).
Algemene informatie over de vaccinontwikkeling, zie de website van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Microbiologie (KNVM) 


  • Perl SH, et al. SARS-CoV-2-Specific Antibodies in Breast Milk After COVID-19 Vaccination of Breastfeeding Women JAMA. 2021-04-12;
  • Baird JK, Jensen SM, Urba WJ. SARS-CoV-2 antibodies detected in human breast milk post-vaccination medRxiv. 2021-02-23;
  • Gray KJ, et al. COVID-19 vaccine response in pregnant and lactating women: a cohort study American journal of obstetrics and gynecology. 2021-03-24;
  • Fox A, Norris C, Amanat F. The vaccine-elicited immunoglobulin profile in milk after COVID-19 mRNA-based vaccination is IgG-dominant and lacks secretory antibodies medRxiv. 2021-03-26;
  • Valcarce V, et al. Detection of SARS-CoV-2 specific IgA in the human milk of COVID-19 vaccinated, lactating health care workers MedRxiv. 2021-04-13;
  • Golan Y, Prahl M, Cassidy A. Immune response during lactation after anti-SARS-CoV2 mRNA vaccine MedRxiv. 2021-03-18;
  • Bertrand K, Honerkamp-Smith, G, Chambers, C. Maternal and child outcomes reported by breastfeeding women following mRNA COVID-19 vaccination Medrxiv. 2021-04-21;
  • Collier AY, et al. Immunogenicity of COVID-19 mRNA Vaccines in Pregnant and Lactating Women JAMA. 2021-05-13;
  • Golan Y, et al. COVID-19 mRNA vaccine is not detected in human milk medRxiv. 2021-05-03;
  • Esteve-Palau, Erika, et al. Quantification of specific antibodies against SARS-CoV-2 in breast milk of lactating women vaccinated with an mRNA vaccine medRxiv. 2021-04-07;

Laatst bijgewerkt op 18-06-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.