Aa Lettergrootte
16
 
Statines tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Het gebruik van statines tijdens de borstvoeding wordt afgeraden.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - atorvastatine
    • - fluvastatine
    • - pravastatine
    • - rosuvastatine
    • - simvastatine

Over het gebruik van statines tijdens de borstvoeding zijn weinig gegevens bekend. Fluvastatine gaat volgens de fabrikant over in de moedermelk, documentatie hierover ontbreekt. Over de overgang van pravastatine en rosuvastatine in de moedermelk zijn wel gegevens bekend. Zo bedraagt de relatieve kind dosis voor rosuvastatine <1.5% en voor pravastatine 0.13-1.4%. Informatie over het gebruik van pravastatine en rosuvastatine tijdens de borstvoeding ontbreekt wel. Ook over het gebruik van atorvastatine en simvastatine zijn geen gegevens beschikbaar.

In theorie kunnen statines via de moedermelk een effect op de cholesterolsynthese van de zuigeling hebben. Cholesterol is belangrijk voor de ontwikkeling van de zuigeling. Het gebruik van statines tijdens de borstvoeding wordt daarom uit voorzorg afgeraden tot er meer informatie beschikbaar komt. De prognose voor de moeder lijkt over het algemeen niet te verslechteren wanneer de therapie wordt onderbroken gedurende de zwangerschap en de borstvoeding.

Laatst bijgewerkt op 05-05-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.