Aa Lettergrootte
16
 
Corticosteroïden op de huid tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Een crème of zalf met een minder sterk werkend corticosteroïd is tijdens de borstvoeding eerste keus. Minder sterk werkzame middelen zijn de middelen die in de categorie ‘meest veilig’ staan.
Vermijd langdurig gebruik of gebruik van grote hoeveelheden sterk werkende corticosteroïden (middelen die in de categorie ‘waarschijnlijk veilig’ staan).

Let op
Maak het gebied rond de tepel vóór het voeden schoon, als de crème of zalf op de borst wordt aangebracht.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - clobetason
    • - flumetason
    • - fluocortolon
    • - hydrocortison
    • - triamcinolon
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - amcinonide
    • - betamethason
    • - clobetasol
    • - desoximetason
    • - diflucortolon
    • - fluticason
    • - methylprednisolon
    • - mometason

Geneesmiddelopname via de huid
Bij middelen die op de huid worden gesmeerd, vindt normaal gesproken weinig systemische opname plaats. Bij uitgebreid gebruik, zoals langdurig, grote hoeveelheden, op grote huidoppervlakken of op beschadigde huid, neemt de hoeveelheid opgenomen geneesmiddel toe. Lees in dat geval de informatie over de systemische toepassing van het betreffende middel. Wanneer de borst wordt behandeld, moet het gebied rond de tepel vóór het voeden worden schoongemaakt.

Mogelijke bijwerkingen
Bij uitgebreid gebruik van corticosteroïden op de huid kunnen bij de moeder relevante bloedspiegels optreden. Bij uitgebreid gebruik van sterk werkende corticosteroïden uit klasse 3 en 4 zijn effecten op de zuigeling via de moedermelk niet uit te sluiten.
Eén casereport beschrijft een zuigeling met hypertensie na bloot­stelling aan een corticosteroïd. De moeder had de crème op de tepels toegepast.

Laatst bijgewerkt op 28-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.