Interferonen tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Interferonen kunnen waarschijnlijk worden gebruikt tijdens de borstvoeding.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - interferon alfa 2a
    • - interferon alfa 2b
    • - interferon beta 1a
    • - interferon beta 1b
    • - interferon gamma
    • - peginterferon alfa 2a
    • - peginterferon alfa 2b
    • - peginterferon beta-1a

Interferonen zijn grote moleculen. Daardoor zal de overgang in de moedermelk beperkt zijn. Bovendien is de absorptie vanuit het maagdarm-kanaal van de zuigeling beperkt. Een klinisch relevant effect bij het kind is dan ook onwaarschijnlijk

Interferon alfa 2a en 2b
Na toediening van hoge dosis interferon alfa, werden slechts hele lage hoeveelheden in de melk gemeten. De halfwaardetijd van peginterferon alfa is door de pegylering aanmerkelijk toegenomen ten opzicht van interferon alfa.

Interferon bèta 1a en 1b
Interferon bèta heeft een zeer lage relatieve kinddosis (ruim onder de 0.1%). Het was niet meetbaar in de borstvoeding of in hele kleine hoeveelheden aanwezig. De halfwaardetijd van peginterferon bèta is door de pegylering ongeveer 2x zo lang ten opzicht van interferon bèta.

Interferon gamma
Interferon gamma is van nature aanwezig in de borstvoeding. Er is geen onderzoek bekend over de hoeveelheden in de moedermelk na toediening tijdens de borstvoedingsperiode.

Laatst bijgewerkt op 03-12-2018


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.