Aa Lettergrootte
16
 
Monoklonale antilichamen bij kankerbehandeling tijdens de zwangerschap
Overzicht

Het gebruik van monoklonale antilichamen tijdens de zwangerschap wordt afgeraden.

Let op

  • Controleer de hoeveelheid vruchtwater, de nierfunctie en de groei van de foetus als trastuzumab gebruikt is tijdens de zwangerschap.
  • Gebruik van trastuzumab in de zwangerschap kan een tekort aan een bepaald soort witte bloedcellen (b-cellen) bij het kindje veroorzaken.
  • Vaccinatie van het kind met een levend verzwakt vaccin in het eerste levensjaar wordt afgeraden.
Risico indeling
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - rituximab
    • - trastuzumab
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - bevacizumab
    • - cetuximab
    • - obinutuzumab
    • - ofatumumab
    • - panitumumab
    • - pertuzumab

Monoklonale antilichamen
Met het gebruik van deze middelen in de zwangerschap is geen of weinig ervaring opgedaan. Monoklonale antilichamen kunnen in het eerste trimester de placenta nauwelijks passeren. Vanaf het tweede trimester neemt de placentapassage door actief transport toe. De passage is het hoogste vlak voor de partus. Deze middelen hebben een lange halfwaardetijd en zijn nog maanden na toediening in het serum aantoonbaar. In verschillende onderzoeken zijn meetbare plasmaconcentraties van andere monoklonale antilichamen (adalimumab en infliximab) gevonden bij de pasgeborene, ook wanneer het middel in het derde trimester gestopt is. Door de langzame klaring kunnen deze middelen nog maanden in het lichaam van het kind aanwezig zijn, wat mogelijk tot immunosuppressie kan leiden. Vaccinatie van het kind met een levend verzwakt vaccin in het eerste levensjaar wordt afgeraden.

Trastuzumab
In de literatuur zijn ruim twintig zwangerschappen beschreven met het gebruik van trastuzumab. In bijna zeventig procent van de gevallen trad al dan niet reversibele oligohydramnion of anhydramnion (weinig of een tekort aan vruchtwater) op. Eén kindje ontwikkelde hierdoor ernstige longhypoplasie en stierf direct na de geboorte. Ook werd ruim zestig procent van de kinderen te vroeg geboren.

Pertuzumab
Het werkingsmechanisme van pertuzumab lijkt op dat van trastuzumab. Houd bij gebruik van pertuzumab daarom ook rekening met het ontstaan van oligohydramnion of anhydramnion. Daarnaast zijn in dierstudies nadelige effecten gemeld.

Rituximab
In de literatuur worden rond de 50 zwangerschappen met gebruik van rituximab beschreven. Bij een vijfde van de zwangerschappen was de blootstelling tot in het 1e trimester, bij de overige is de behandeling gestart in het 2e of 3e trimester. Er zijn geen afwijkingen beschreven. Wel werd bij ongeveer een derde van de kinderen depletie van b-cellen gezien bij gebruik in het 3e trimester. Een kindje ontwikkelde tweemaal een ernstige sepsis in de weken na de geboorte. Verder zijn er geen infecties gemeld. De b-cellen herstelden binnen enkele maanden na geboorte.

Bevacizumab
In de literatuur zijn ongeveer twintig zwangerschappen beschreven met intravitreaal (in het oog) gebruik van bevacizumab. Bevacizumab remt de vorming van bloedvaten. Op grond van het werkingsmechanisme en ervaring uit dierstudies moet bevacizumab terughoudend worden gebruikt in de hele zwangerschap.

Cetuximab en panitumumab
Cetuximab en panitumumab remmen de werking van epidermale groeifactor, welke een rol speelt bij de ontwikkeling van de foetus. Vanwege het werkingsmechanisme wordt gebruik tijdens de zwangerschap afgeraden.

Overige middelen
Obinutuzumab en ofatumumab kunnen mogelijk B-celdepletie bij de pasgeborene veroorzaken.

Laatst bijgewerkt op 20-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.