Monoklonale antilichamen bij kankerbehandeling tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Over het gebruik van deze monoklonale antilichamen tijdens de borstvoeding zijn zeer beperkt of geen gegevens bekend. Het is daarom niet mogelijk om een uitspraak te doen over de mogelijke risico’s.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - bevacizumab
    • - cetuximab
    • - obinutuzumab
    • - ofatumumab
    • - panitumumab
    • - pertuzumab
    • - rituximab
    • - trastuzumab

Monoklonale antilichamen zijn grote moleculen. Deze middelen gaan waarschijnlijk niet passief over in de moedermelk. Het is niet bekend of er actief transport naar de moedermelk plaats­vindt. Deze grote moleculen  worden waarschijnlijk in het maagdarmkanaal van de neonaat geïnactiveerd. Systemische effecten bij de neonaat na blootstelling aan monoklonale antilichamen via de borstvoeding lijken onwaarschijnlijk. Het is onbekend of er langetermijneffecten zijn.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.