Aa Lettergrootte
16
 
Proteïnekinaseremmers bij kankerbehandeling tijdens de zwangerschap
Overzicht

Over het gebruik van proteïnekinaseremmers tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens bekend om een goede inschatting te maken over de mogelijke risico’s.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - binimetinib
    • - bosutinib
    • - cabozantinib
    • - dasatinib
    • - encorafenib
    • - erlotinib
    • - gefitinib
    • - idelalisib
    • - imatinib
    • - lapatinib
    • - nilotinib
    • - ponatinib
    • - sunitinib

Imatinib
Met het gebruik van imatinib in de zwangerschap is beperkt ervaring opgedaan. In onderzoeken zijn ongeveer 300 zwangerschappen beschreven. Bij de helft van de beschreven zwangerschappen is imatinib gedurende de hele zwangerschap gebruikt. Het is nog onduidelijk of er een hogere kans is op aangeboren afwijkingen bij gebruik in de zwangerschap. Uit onderzoek blijkt dat imatinib de placenta kan passeren. Ook is imatinib gemeten in het bloed en de urine van de pasgeborene.

Overige proteïnekinaseremmers
Met dasatinib zijn rond de 60 zwangerschappen onderzocht. De overige proteïnekinaseremmers zijn niet of nauwelijks onderzocht.

Laatst bijgewerkt op 20-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.