Middelen bij (acute) diarree tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Orale rehydratievloeistof (ORS, glucosezoutoplossing) is veilig te gebruiken tijdens de borstvoeding.

Loperamide(oxide) en colestyramine kunnen waarschijnlijk ook worden gebruikt.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - orale rehydratievloeistoffen
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - colestyramine
    • - loperamide
    • - loperamide-oxide
arrow icon

Loperamide(-oxide)
Naar het gebruik van loperamide tijdens de borstvoeding is weinig onderzoek gedaan. Het middel wordt beperkt opgenomen uit het maagdarmkanaal en heeft een zeer lage biologische beschikbaarheid (<1%) door een groot first-pass. Het gaat slechts in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Nadelige effecten bij de zuigeling zijn niet beschreven.
Loperamide-oxide wordt in het lichaam omgezet in loperamide. Er worden geen verschillen verwacht met loperamide.

Colestyramine
Naar het gebruik van colestyramine tijdens de borstvoeding is geen onderzoek gedaan. Het wordt vrijwel niet in het lichaam opgenomen. Nadelige effecten bij de zuigeling zijn daarom niet waarschijnlijk. Colestyramine kan wel een indirect effect hebben, omdat dit middel de opname van vetoplosbare vitaminen bij de moeder vermindert. Daarnaast kan het in theorie leiden tot een lagere concentratie van cho­lesterol in de moedermelk.

Laatst bijgewerkt op 10-03-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.