Aa Lettergrootte
16
 
Systemische middelen bij acne vulgaris tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Erytromycine kan waarschijnlijk veilig worden toegepast tijdens de borstvoedingsperiode. Het komt in zeer kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht.
Doxycycline en tetracycline kunnen kortdurend gebruikt worden tijdens de borstvoeding. Ze gaan slechts in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Bij het gebruik van deze middelen gedurende maximaal drie weken zijn geen nadelige effecten op de zuigeling bekend. Bij langdurig gebruik, zoals bij acne, kan beter geen borstvoeding worden gegeven.

Let op

  • Als er diarree bij de zuigeling ontstaat tijdens gebruik van het antibioticum (erytromycine, doxycycline of tetracycline) door de moeder, kan dit door het geneesmiddel komen.
  • Gebruik geen isotretinoïne tijdens de borstvoeding.
Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - erytromycine
    • - doxycycline (kortdurend gebruik)
    • - tetracycline (kortdurend gebruik)
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - doxycycline (langdurig gebruik)
    • - tetracycline (langdurig gebruik)
  • Risico Het is niet veilig om dit geneesmiddel te gebruiken in de borstvoedingsperiode. Kies zo mogelijk voor een veiliger middel. Als dat niet mogelijk is, ga dan over op flesvoeding.
    • - isotretinoïne

Erytromycine
Erytromycine gaat beperkt over naar de melk; de relatieve kinddosis is ongeveer 1.5%. Behandeling van de neonaat met erytromycine in de eerste weken na de bevalling, wordt geassocieerd met pylorusstenose. Bij blootstelling aan erytromycine via borstvoeding (bij behandeling van de moeder) lijkt deze associatie er niet te zijn.

Doxycycline en tetracycline
Doxycycline en tetracycline kunnen bij directe toepassing aan kinderen het gebit en de botten aantasten. De concentratie in de moedermelk is veel lager dan de concentratie in het bloed. Daarnaast worden doxycycline en tetracycline in de melk voor een deel geïnactiveerd door het aanwezige calcium. Het is onwaarschijnlijk dat de minimale hoeveelheden in de borstvoeding bij een korte kuur het gebit en de botten van de zuigeling kunnen aantasten. Langdurig gebruik, gedurende langer dan drie weken, wordt uit voorzorg afgeraden.
Tetracycline gaat ten opzichte van doxycycline minder over naar de melk en bindt sterker aan calcium, het wordt daardoor minder opgenomen door de zuigeling.

Antibacteriële middelen tijdens de borstvoeding
Bij het maken van een afweging tussen de verschillende antibiotica kan het nuttig zijn de ervaring met de behandeling van neonaten te betrekken (zie het Kinderformularium). Antimicrobiële middelen gaan in het algemeen in kleine hoeveelheden over in de moe­dermelk. In het bloed van zuigelingen zijn minimale concentraties aangetroffen. In theorie is het mogelijk dat de darmflora van de zuigeling wordt beïnvloed. Dit leidt mogelijk tot wat dunnere ontlasting.

Isotretinoïne
Isotretinoïne is toxisch voor de zuigeling. Het middel heeft een lange halfwaardetijd. Overgang naar de melk is onbekend maar wel aannemelijk, vanwege de lipofiele eigenschappen.

Laatst bijgewerkt op 20-08-2020


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.