Thiazide diuretica (plastabletten) tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Hydrochloorthiazide kan waarschijnlijk veilig gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode.

Let op

  • Houd een lage dosering hydrochloorthiazide aan, maximaal 50mg per dag, en houd de melkproductie in de gaten.
  • Diuretica (plastabletten) kunnen de borstvoeding onderdrukken. Vermijd daarom zoveel mogelijk het gebruik van diuretica, vooral als de borstvoeding moeilijk op gang is gekomen.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - hydrochloorthiazide
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - chloortalidon
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - epitizide
    • - indapamide

Hydrochloorthiazide gaat slechts in kleine hoeveelheden over in de moeder­melk.

Het gebruik van chloortalidon wordt afgeraden. Het middel heeft een lange halfwaardetijd en kan daardoor mogelijk stapelen bij het kind.

Over het gebruik van epitizide en indapamide tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend.

Laatst bijgewerkt op 11-03-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.