Aa Lettergrootte
16
 
Lisdiuretica (plastabletten) tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Furosemide kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoedingsperiode. Over bumetanide zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke risico’s.

Let op
Diuretica (plastabletten) kunnen de borstvoeding onderdrukken. Vermijd daarom zoveel mogelijk het gebruik van deze middelen, vooral als de borstvoeding moeilijk op gang is gekomen.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - furosemide
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - bumetanide

Furosemide
Tot op heden zijn er beperkte gegevens beschikbaar over het risico van het gebruik van furosemide tijdens de borstvoeding. Nadelige effecten van furosemide bij de zuigeling door blootstelling via de moedermelk zijn tot nu toe niet gemeld. Furosemide wordt bij pasgeborenen slecht opgenomen vanuit het maagdarmkanaal en mede daarom zal de kans op nadelige effecten waarschijnlijk klein zijn.

Bumetanide
Er zijn geen onderzoeken gedaan naar het risico van het gebruik van bumetanide tijdens de borstvoeding.

Laatst bijgewerkt op 16-09-2020


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.