Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij bacteriële vaginose tijdens de zwangerschap
Overzicht

Als tijdens de zwangerschap behandeling van bacteriële vaginose nodig is, gaat de voorkeur uit naar vaginaal toegepast clindamycine of metronidazol of een eenmalige dosis van 2 gram metronidazol oraal. Gebruik geen povidonjodium. Dit kan nadelige effecten hebben op het ongeboren kind.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - clindamycine (vaginaal)
    • - metronidazol
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - povidonjodium
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - dequalinium

Clindamycine wordt in kleine hoeveelheden opgenomen vanuit de vagina. Tot nu toe is geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen gezien. Dit geldt ook voor oraal of vaginaal toegepast metronidazol.

Middelen met jodium dienen vermeden te worden tijdens de zwangerschap. Hoge jodiumdoseringen bij de zwangere vrouw kunnen leiden tot hypothyreoïdie en struma bij de foetus. Deze effecten kunnen optreden vanaf ongeveer de twaalfde zwangerschapsweek, omdat de foetale schildklier vanaf dat moment jodium op neemt. Povidonjodium wordt vanuit de vagina in het lichaam opgenomen, waardoor de serumconcentratie van jodium bij de moeder stijgt. Jodium passeert de placenta gemakkelijk.

Naar de gebruik van dequalinium in de zwangerschap is geen onderzoek gedaan.

Laatst bijgewerkt op 09-05-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.