Aminoglycosiden bij infecties tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Gebruik tijdens de borst­voeding van pasgeboren baby’s aminoglycosiden alleen op strikte indicatie. Bij de wat oudere zuigeling kunnen deze antibiotica tijdens de borstvoeding worden toegepast.

Let op
Denk bij diarree bij de zuigeling aan het gebruik van het antibioticum door de moeder als mogelijke oorzaak.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - amikacine
    • - gentamicine
    • - kanamycine
    • - neomycine
    • - tobramycine

Geneesmiddelopname via de darm van de zuigeling
Aminoglycosiden worden waarschijnlijk nauwelijks uit het maagdarmkanaal van de zuigeling opgenomen. Bij jonge zuigelingen en premature baby’s worden aminoglycosiden mogelijk wel in het lichaam opgenomen. De darmwand van prematuren en jonge zuigelingen is minder goed ontwikkeld dan bij oudere kinderen en volwassenen. Bij prematuren en jonge zuigelingen kan bovendien stapeling optreden doordat het antibioticum langzamer wordt verwijderd uit het lichaam.

Gentamicine
In een onderzoek is bij de helft van tien zuigelingen, van wie de moeder gentamicine gebruikte, het antibioticum in kleine hoeveelheden in het bloed aangetoond. Deze hoeveelheden zijn waarschijnlijk niet klinisch relevant. In de wetenschappelijke literatuur is één casus beschreven van hemorragische enteritis (bloederige ontsteking van de darm) bij een zuigeling na gelijktijdig gebruik van clindamycine en gentamicine door de moeder. De zuigeling zelf werd behan­deld met gentamicine en ampicilline. Na stoppen van de borstvoeding herstelde de zuigeling.

Overige aminoglycosiden
Tobramycine, kanamycine en amikacine komen slechts in kleine hoeveelheden bij het kind terecht. De ervaring met het gebruik van amikacine tijdens de borstvoeding is echter beperkt. Over neomycine zijn geen gegevens bekend.

Achtergrondinformatie
Bij het maken van een afweging tussen de verschillende antibiotica kan het nuttig zijn de ervaring met de behandeling van neonaten te betrekken (zie het Kinderformularium). Antimicrobiële middelen gaan in het algemeen in kleine hoeveelheden over in de moe­dermelk. In het bloed van zuigelingen zijn minimale concentraties aangetroffen. In theorie is het mogelijk dat de darmflora van de zuigeling wordt beïnvloed. Dit leidt hooguit tot wat dunnere ontlasting.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.