Aa Lettergrootte
16
 
Vaatverwijdende middelen tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Hydralazine kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding.

Over het gebruik van minoxidil tijdens de borstvoeding zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de risico’s.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - hydralazine
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - minoxidil

Hydralazine
Hydralazine komt in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht. De plasmaconcentra­ties hydralazine bij twee zuigelingen waren laag na blootstelling via de borstvoeding. De moeders gebruikten tussen de 10 en 40 mg in de eerste week postpartum. Tot nu toe zijn nadelige effecten niet beschreven. Het is echter verstandig om de zuigeling te controleren op slaperigheid, inactiviteit, bleekheid, slecht drinken en gewicht als de moeder hydralazine gebruikt.

Laatst bijgewerkt op 19-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.