Aa Lettergrootte
16
 
Diverse lokale middelen bij huidaandoeningen tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Metronidazol kan op de huid worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Gebruik van hydrochinon, imiquimod en minoxidil op de huid is waarschijnlijk veilig. Kortdurend gebruik van fluorouracil en podofyllotoxine op een kleine huidoppervlakte is ook waarschijnlijk veilig, maar vermijd uitgebreid gebruik. Gebruik liever geen diltiazem, isosorbidedinitraat en nitroglycerine voor de behandeling van een anaal fissuur tijdens de borstvoeding. Deze middelen hebben mogelijk nadelige effecten voor de zuigeling. Over het gebruik van ivermectine en brimonidine tijdens de borstvoeding zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke risico’s.

Let op
Maak het gebied rond de tepel vóór het voeden schoon, als de crème of zalf op de borst wordt aangebracht.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - metronidazol
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - fluorouracil (beperkt gebruik)
    • - hydrochinon
    • - imiquimod
    • - minoxidil
    • - podofyllotoxine (beperkt gebruik)
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - diltiazem
    • - fluorouracil (uitgebreid gebruik)
    • - isosorbidedinitraat
    • - nitroglycerine
    • - podofyllotoxine (uitgebreid gebruik)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - brimonidine
    • - ivermectine

Geneesmiddelopname via de huid
Bij middelen die op de huid worden gesmeerd, vindt er normaal gesproken weinig systemische opname plaats. Bij uitgebreid gebruik, zoals langdurig, grote hoeveelheden, op grote huidoppervlakken of op beschadigde huid, neemt de hoeveelheid opgenomen geneesmiddel toe. Wanneer de borst wordt behandeld, moet het gebied rond de tepel vóór het voeden worden schoongemaakt. Raadpleeg bij twijfel over de veiligheid de hoofdstukken over systemisch gebruik.

Fluorouracil, imiquimod en podofyllo­toxine
Met lokaal gebruik van fluorouracil, imiquimod en podofyllo­toxine is geen ervaring opgedaan tijdens de borstvoeding. Waarschijnlijk treden bij gebruik op een beperkt oppervlak geen nadelige effec­ten bij de zuigeling op. Intensief gebruik van fluorouracil of podofyllotoxine kan lei­den tot significante systemische opname bij de moeder.

Minoxidil
Over het gebruik van minoxidil op de huid tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend. Na orale toediening is minoxidil wel in de moedermelk aangetoond.  Bij gebruik op de huid vindt beperkte absorptie plaats, 1.5%. Nadelige effecten op de zuigeling bij dermale toepassing zijn daardoor onwaarschijnlijk.

Hydrochinon
Er is geen ervaring opgedaan met gebruik van hydrochinon tijdens de borstvoeding. Hydrochinon wordt goed door de huid geabsorbeerd, de opname bedraagt 35-45%. Er is geen informatie over de overgang naar de melk. Omdat het middel sterk basisch is en daardoor grotendeels geïoniseerd, is de overgang waarschijnlijk beperkt. Langdurig gebruik kan wellicht uitgesteld worden tot na de borstvoedingsperiode.

Diltiazem, isosorbidedinitraat en nitroglycerine
Lokaal gebruik van diltiazem, isosorbidedinitraat en nitroglycerine voor de behandeling van een anaal fissuur wordt afgeraden. Bij anale toediening vindt namelijk een goede absorptie plaats en is er geen first-pass-effect. Door de langzame afgifte uit de crème kan een continue spiegel ontstaan in het bloed van de moeder. Over het gebruik tijdens de borstvoeding is geen informatie bekend. Het is niet uitgesloten dat de zuigeling via de melk nadelige effecten ondervindt, zoals vasodilatatie (verwijding van de bloedvaten). Zuigelingen zijn bovendien gevoelig voor nitraten.

Brimonidine
Met lokaal gebruik van brimonidine tijdens de borstvoeding is beperkt ervaring opgedaan. Bij gebruik op een beperkt huidoppervlak is het onwaarschijnlijk dat bij de zuigeling nadelige effecten optreden. Bij toepassing van brimonidine oogdruppels bij de neonaat zelf zijn wel bijwerkingen gerapporteerd, zoals bradycardie, hypotensie, hypothermie en apneu. Kennelijk zijn sommige neonaten gevoelig voor lage doseringen. Gebruik brimonidine bij voorkeur niet tijdens de borstvoeding.

Ivermectine
Met lokaal gebruik van ivermectine tijdens de borstvoeding is onvoldoende ervaring opgedaan. Ivermectine gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Bij langdurig gebruik op de huid kan geringe systemische blootstelling van de moeder plaatsvinden. Beperkte overgang naar de moedermelk kan niet worden uitgesloten.

Laatst bijgewerkt op 28-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.