Interleukine antagonisten bij reumatische aandoeningen tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Over het gebruik van deze middelen tijdens de borstvoeding zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke risico’s.

Risico indeling

  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - anakinra
    • - canakinumab
    • - sarilumab
    • - tocilizumab
arrow icon

Canakinumab, sarilumab en tocilizumab zijn monoklonale antilichamen. Dit zijn grote moleculen, die nauwelijks overgaan in de moedermelk. Bovendien worden deze grote moleculen waarschijnlijk in het maagdarmkanaal van de zuigeling geïnactiveerd. Systemische effecten bij de neonaat door blootstelling via de borstvoeding lijken onwaarschijnlijk. Het is niet bekend of het gebruik van monoklonale antilichamen langetermijneffecten heeft bij de zuigeling.

Tocilizumab
Rond de 10 vrouwen met gebruik van tocilizumab tijdens borstvoeding zijn bekend. Beperkte hoeveelheid van het middel werd teruggevonden in moedermelk. Er werden geen nadelige effecten bij de kinderen gemeld.  

Sarilumab en canakinumab
Over het gebruik van sarilumab en canakinumab zijn niet of nauwelijks gegevens bekend.

Anakinra
Rond de 15 vrouwen gebruikten anakinra tijdens (een deel van) de borstvoedingsperiode. Er werden geen nadelige effecten bij de kinderen gemeld.

Laatst bijgewerkt op 15-05-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.