Aa Lettergrootte
16
 
Diverse middelen bij reumatische aandoeningen tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Azathioprine, ciclosporine en sulfasalazine kunnen waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding.

Let op

  • Gebruik sulfasalazine niet in een hogere dosering dan 2 gram per dag tijdens de borstvoeding. Bij ontstaan van diarree bij de zuigeling moet de borstvoeding of de behandeling gestaakt worden.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - azathioprine
    • - ciclosporine
    • - sulfasalazine
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - methotrexaat
    • - penicillamine
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - aurothiomalaat
    • - chloroquine (dagelijks)
    • - glucosamine
    • - hydroxychloroquine (dagelijks)

Azathioprine en ciclosporine
Azathioprine en ciclosporine gaan in geringe hoeveelheden over in de moedermelk. Tot nu toe zijn er geen nadelige effecten bij de zuigeling gemeld, ook geen (langetermijn-) effecten op het immuunsysteem of het bloedbeeld van de zuigeling. Door na inname van azathioprine vier tot zes uur te wachten met het geven van borstvoeding, kan de hoeveelheid die het kind binnenkrijgt geminimaliseerd worden. Sommige bronnen adviseren om het bloedbeeld en de leverfunctie van de zuigeling te controleren bij volledige borstvoeding.

Sulfasalazine
Over het gebruik van sulfasalazine tijdens de borstvoeding is een redelijke hoeveelheid gegevens beschikbaar. Sulfasalazine gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Er zijn enkele gevallen van (bloederige) diarree bij de zuigeling beschreven. De meeste zuigelingen verdragen deze middelen echter goed. In theorie is hyperbilirubinemie bij de zuigeling mogelijk door de sulfacomponent in sulfasalazine. Bij een dosering tot maximaal 2 gram sulfasalazine per dag is dit echter nooit gemeld.

Methotrexaat
Het gebruik van methotrexaat tijdens de borstvoeding wordt afgeraden. Methotrexaat gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk, maar kan langere tijd in de weefsels aanwezig blijven.

Penicillamine
Er is geen ervaring opgedaan met penicillamine tijdens de borstvoeding. Op grond van de kinetiek wordt verwacht dat dit sterk werkzame middel in significante hoeveelheden in de moedermelk terechtkomt. Het gebruik van penicillamine tijdens de borstvoeding wordt daarom afgeraden.

Hydroxychloroquine en chloroquine
Dagelijks gebruik van hydroxychloroquine en chloroquine leidt door de lange halfwaardetijd mogelijk tot stapeling bij de zuigeling. Het gebruik tijdens de borstvoeding, anders dan als malariaprofylaxe (1 keer per week), werd lange tijd afgeraden vanwege irreversibele bijwerkingen die bij de gebruiker zelf kunnen optreden (zoals gehoorverlies, retinopathie). Recentere informatie lijkt erop te wijzen dat er slechts weinig hydroxychloroquine in de moedermelk terechtkomt. Tot nu toe zijn er geen bijwerkingen op de oren of ogen beschreven bij kinderen die alleen via de moedermelk zijn blootgesteld.

Aurothiomalaat
Goudverbindingen waaronder aurothiomalaat hebben een extreem lange halfwaardetijd. Deze middelen gaan over in de moedermelk en zijn in het serum van zuigelingen aangetoond. Bij gebruik van goudverbindingen wordt het geven van borstvoeding afgeraden.

Glucosamine
Met het gebruik van glucosamine tijdens de borstvoeding is geen ervaring opgedaan. Glucosamine is nauwelijks detecteerbaar in het plasma van de moeder. De opname vanuit het maagdarmkanaal van de zuigeling is waarschijnlijk gering. Het is daarom onwaarschijnlijk dat er klinisch relevante hoeveelheden bij het kind terechtkomen.

Laatst bijgewerkt op 17-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.