Aa Lettergrootte
16
 
Omalizumab en andere monoklonale antilichamen bij astma tijdens de zwangerschap
Overzicht

Over het gebruik van omalizumab tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke risico’s. Over het gebruik van benralizumab, mepolizumab en reslizumab zijn geen gegevens beschikbaar.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - benralizumab
    • - mepolizumab
    • - omalizumab
    • - reslizumab

Omalizumab
Omalizumab wordt gebruikt als aanvullende behandeling bij ernstige persistente allergische astma. De beperkte gegevens laten geen duidelijke aanwijzingen voor nadelige effecten zien. De informatie is afkomstig van case-reports (rond de 10 zwangerschappen) en een zwangerschapsregister (EXPECT, rond de 240 zwangerschappen).

Overige monoklonale antilichamen
Over het gebruik van benralizumab, mepolizumab en reslizumab zijn geen gegevens beschikbaar.

Placentapassage monoklonale antilichamen
Benralizumab, mepolizumab, omalizumab en reslizumab zijn monoklonale antilichamen. Monoklonale antilichamen passeren in het eerste trimester de placenta nauwelijks. Vanaf het tweede trimester neemt de placentapassage door actief transport toe. De passage is het hoogste vlak voor de partus. Deze middelen hebben een lange halfwaardetijd en zijn nog maanden na toediening in het serum aantoonbaar. In verschillende onderzoeken met andere monoklonale antilichamen zoals adalimumab en infliximab zijn meetbare plasmaconcentraties gevonden bij de pasgeborene, ook wanneer het middel in het derde trimester gestopt is. De stoffen kunnen daardoor nog lang farmacologisch actief zijn bij het kind.

Behandeling astma tijdens de zwangerschap
Behandel astma optimaal tijdens de zwangerschap. Een goede controle van de klachten is belangrijk, ook als over het gebruik van het middel tijdens de zwangerschap onvoldoende gegevens bekend zijn.

De voorkeur gaat uit naar een inhalatie-corticosteroïd (beclometason, budesonide of fluticason) en eventueel een kortwerkend bèta-2-sympathicomimeticum (salbuta­mol of terbutaline). Als de klachten hiermee onvoldoende onder controle zijn, kan een langwerkend bèta-2-sympathicomimeticum (salmeterol of eventueel formoterol) toegevoegd worden. Als ook deze middelen onvoldoende effect hebben, kan het gebruik van een parasympathicolyticum (ipratropium), een oraal corticosteroïd (predniso(lo)n), een leukotriëenantagonist (montelukast) of theofylline overwogen worden.

Met astmamedicatie is veel gebruikservaring opgedaan tijdens de zwangerschap. Het is lastig om onderscheid te maken tussen de mogelijke effecten van de astmaklachten en van de gebruikte geneesmiddelen.

Astma tijdens de zwangerschap
Astma is één van de meest voorkomende chronische aandoeningen bij zwangere vrou­wen. De prevalentie ligt tussen de 4 tot 12%. Het verloop van astma tijdens de zwan­gerschap kan variëren en hangt waarschijnlijk samen met klachtencontrole vóór de zwangerschap. Zwangere vrouwen met astma hebben een licht verhoogd risico op pre-eclampsie, vroeggeboorte of een kind met een laag geboortegewicht en een te geringe lichaamslengte. Exacerbaties, het gebruik van orale corticosteroï­den en de ernst van de astma spelen daarbij een rol. Het risico op niet-ernstige aangeboren afwijkingen is heel licht verhoogd bij zwangere vrouwen met astma. De neonatale sterfte lijkt te zijn verhoogd, net als het aantal ziekenhuisopnames van de pasge­borenen.

Laatst bijgewerkt op 23-04-2020


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.