Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij de behandeling van verslaving tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Roken tijdens de borstvoeding wordt afgeraden. Probeer te stoppen zonder ondersteuning met nicotinevervangende middelen. Als dat niet lukt, dan gaat de voorkeur uit naar nicotinepleisters met een lage dosering. Over het gebruik van bupropion tijdens de borstvoeding zijn weinig gegevens beschikbaar. Het middel heeft mogelijk nadelige effecten op de zuigeling.

Ook bij een alcoholverslaving wordt het geven van borstvoeding afgeraden. Naltrexon gaat zeer beperkt over in de moedermelk. Over het gebruik van acamprosaat, disulfiram en nalmefeen tijdens de borstvoeding zijn geen of onvoldoende gegevens bekend.

Let op

  • Geef geen borstvoeding gedurende 2 tot 3 uur na het gebruik van nicotinebevattende kauwgom, tabletten, spray of inhalator.
Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - naltrexon
    • - nicotinevervangende middelen
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - bupropion
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - acamprosaat
    • - disulfiram
    • - nalmefeen
    • - varenicline

Nicotineverslaving
Nicotine gaat gemakkelijk over in de moedermelk. Het effect van nicotine op de zuigeling is onvoldoende bekend. Over de veiligheid van elektronische sigaretten (e-sigaret) tijdens de borstvoeding is nog geen uitspraak mogelijk. Een voordeel van e-sigaretten is de verminderde blootstelling aan teer en koolmonoxide. E-sigaretten bevatten mogelijk wel andere schadelijke stoffen en chemische onzuiverheden in sterk wisselende concentraties.

Nicotinevervangende middelen
Bij gebruik van nicotinepleisters van 21 mg per dag is de hoeveelheid nicotine en cotinine in de moedermelk vergelijkbaar met het roken van gemiddeld 17 sigaretten per dag. Bij gebruik van nicotinepleisters van 7 mg per dag en 14 mg per dag neemt de hoeveelheid in de moedermelk sterk af. Bij gebruik van nicotinekauwgum ontstaan grotere fluctuaties en hogere piekspiegels. Geef twee tot drie uur na gebruik geen borstvoeding. Dit geldt ook voor de tabletten, spray en inhalator.

Bupropion
Met het gebruik van bupropion tijdens de borstvoeding is beperkt ervaring opgedaan, met name bij moeders met zuigelingen ouder dan zes maanden. De hoeveelheid die overgaat in de moedermelk lijkt laag. Twee case-reports beschrijven kinderen van ongeveer zes maanden met insultachtige symptomen nadat de moeders tijdens de borstvoeding waren gestart met bupropion. Bij één zuigeling gebruikte de moeder ook escitalopram.

Varenicline
Met varenicline tijdens de borstvoeding is geen ervaring opgedaan. Het gebruik tijdens de borstvoeding wordt daarom afgeraden.

Laatst bijgewerkt op 05-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.