Aa Lettergrootte
16
 
Linezolid of tedizolid bij infecties tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Het is onbekend of linezolid en tedizolid gebruikt kunnen worden tijdens de borstvoeding.

Let op
Als er diarree bij de zuigeling ontstaat tijdens het gebruik van het antibioticum door de moeder, kan dit door het geneesmiddel komen.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - linezolid
    • - tedizolid

Linezolid
Linezolid gaat in redelijke hoeveelheden over in de borstvoeding. De RID ligt tussen de 3.6 en 15.6%. Linezolid kan aan neonaten zelf gegeven worden. De hoeveelheid die een zuigeling binnenkrijgt via borstvoeding is veel kleiner dan de therapeutische dosis die aan neonaten en prematuren wordt gegeven.

Tedizolid
Er is geen ervaring met het gebruik van tedizolid tijdens de borstvoeding beschreven.

Antibacteriële middelen bij de borstvoeding
Bij het maken van een afweging tussen de verschillende antibiotica kan het nuttig zijn de ervaring met de behandeling van neonaten te betrekken (zie het Kinderformularium). Antimicrobiële middelen gaan in het algemeen in kleine hoeveelheden over in de moe­dermelk. In het bloed van zuigelingen zijn minimale concentraties aangetroffen. In theorie is het mogelijk dat de darmflora van de zuigeling wordt beïnvloed. Dit leidt hooguit tot wat dunnere ontlasting.

Laatst bijgewerkt op 26-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.