Aa Lettergrootte
16
 
Theofylline bij COPD tijdens de zwangerschap
Overzicht

Over het gebruik van theofylline tijdens de zwangerschap is beperkt informatie beschikbaar. Deze gegevens ­wijzen niet op een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.

Let op

  • Controleer tijdens de zwangerschap de plasmaspiegels van theofylline, vooral in het derde trimester.
  • Houd na gebruik aan het einde van de zwangerschap rekening met bijwerkingen op het pasgeboren kind.
Risico indeling
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - theofylline

Als theofylline geïndiceerd is, kan het tijdens de zwangerschap onder controle worden toegepast. Er is beperkt onderzoek gedaan naar het risico op aangeboren afwijkingen bij gebruik van theofylline in het eerste trimester.

Controleer de plasmaspiegels van theofylline, vooral in het derde trimester. De plasmaspiegels kunnen tijdens de zwangerschap veranderen door de veranderende kinetiek. Het verdelingsvolume stijgt, terwijl de renale klaring kan afnemen. Het is op individueel niveau niet te voorspellen of er aanpassingen nodig zijn in de dosering.

Tegen het einde van de zwangerschap is de concentratie van theofylline in het serum van de foetus vergelijkbaar met de concentratie bij de zwangere. Bij gebruik aan het einde van de zwangerschap kunnen bij de neonaat reversibele farmacologische effecten optreden, zoals prikkelbaarheid, braken, tachycardie en hartritmestoornissen. De kans hierop is waarschijnlijk lager als de concentratie bij de moeder lager dan 10 mcg/ml is.

Laatst bijgewerkt op 25-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.