Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij duizeligheid tijdens de zwangerschap
Overzicht

Over het gebruik van deze middelen tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke risico’s.

Let op
Houd bij gebruik van cinnarizine tot vlak voor de bevalling rekening met mogelijke sufheid en ademhalingsdepressie bij het pasgeboren kind.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - betahistine
    • - cinnarizine
    • - flunarizine
    • - piracetam

Betahistine
Er is weinig informatie over de veiligheid van betahistine. Twee case series met blootstelling aan betahistine tijdens de zwangerschap wijzen niet op een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.

Cinnarizine
Cinnarizine is een antihistaminicum. Antihistaminica worden vaak gebruikt voor misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap. Ze zijn in dierproeven bij zeer hoge dosis teratogeen gebleken. Bij de mens zijn er tot nu toe geen aanwijzingen dat antihistaminica het risico op aangeboren afwijkingen verhogen.

Flunarizine
Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de veiligheid van flunarizine. In één kleine studie met 21 eerste trimester blootstellingen aan flunarizine werd geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen.

Piracetam
Piracetam passeert de placenta. Er zijn geen gegevens over gebruik tijdens de zwangerschap.

Laatst bijgewerkt op 19-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.