Metoclopramide en andere dopamine-antagonisten bij misselijkheid tijdens de zwangerschap

Overzicht

Van de dopamine-antagonisten heeft metoclopramide de voorkeur bij misselijkheid en braken in de zwangerschap. Dit middel is het beste onderzocht.

Let op

  • Gebruik van metoclopramide, chloorpromazine en droperidol vlak voor de bevalling geeft een kleine kans op extrapyramidale stoornissen (bewegingsstoornis) bij de pasgeborene.
  • Gebruik van chloorpromazine op het eind van de zwangerschap kan onthoudingsverschijnselen geven bij de pasgeborene.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - metoclopramide
  • Mogelijk risico tooltip icon Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - chloorpromazine
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - alizapride
    • - domperidon
    • - droperidol
arrow icon

Misselijkheid in de zwangerschap
Meer dan de helft van de zwangere vrouwen heeft last van misselijkheid en braken. Als het braken niet veroorzaakt wordt door een ziekte, dan worden bij milde klachten als eerste dieetmaatregelen geadviseerd. Als dat onvoldoende effect heeft, hebben meclozine, doxylamine of metoclopramide de voorkeur. Deze middelen zijn het best onderzocht.

Metoclopramide
Metoclopramide is na meclozine of doxylamine het voorkeursmiddel voor de behandeling van hyperemesis gravidarum (ernstige zwangerschapsmisselijkheid). Ook voor de behandeling van misselijkheid als gevolg van migraine is metoclopramide een goede keuze tijdens de zwangerschap. Er is geen hoger risico op aangeboren afwijkingen of op specifieke afwijkingen bij het gebruik van metoclopramide in het eerste trimester.
Metoclopramide is uitgebreid onderzocht tijdens de zwangerschap. Er zijn meer dan 10 studies met samen ruim 90.000 zwangerschappen [1-9, 11, 18]. Slechts in 1 studie [2] met bijna 1000 zwangerschappen wordt een klein verhoogd risico op afwijkingen gezien (aOR 1.27, 95% CI:1.03-1.57). Alle andere onderzoeken laten geen hoger risico op aangeboren afwijkingen bij het (ongeboren) kind zien. Om die reden wordt aangenomen dat er geen hoger risico is op aangeboren afwijkingen. Twee meta-analyses van de beschikbare gegevens bevestigen dit [http://metapreg.org/, 24]. Ook worden er geen hogere risico’s gezien op specifieke afwijkingen als hartafwijkingen, schisis (gespleten gehemelte en/ of lip) en hypospadie [1, 2, 4, 7, 8, 11, 12].

Er is een kleine kans op een extrapiramidale stoornis bij de pasgeborene bij gebruik vlak voor de bevalling. In één case report wordt dystonie (bewegingsstoornis) bij de baby gezien waarbij de moeder metoclopramide gebruikte vlak voor de bevalling [10]. Vermijd voor alle zekerheid (langdurig) gebruik aan het einde van de zwangerschap of controleer de pasgeborene.

Bij langdurig gebruik geeft dit middel kans op neurologische bijwerkingen bij de moeder. Daarom dient het middel zo kort mogelijk te worden gebruikt.

Chloorpromazine
Als andere behandelingen niet werken, kan chloorpromazine gebruikt worden bij hyperemesis gravidarum. Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen dat chloorpromazine een hoger risico op aangeboren afwijkingen geeft [13-16]. In onderzoek naar het gebruik van chloorpromazine in het derde trimester voor psychoses zijn extrapiramidale stoornissen en onthoudingsverschijnselen bij de neonaat gezien, zoals prikkelbaarheid, hypertonie, tremoren, onregelmatige ademhaling, slecht drinken en hard huilen [17-18].

Domperidon
Er is ruime ervaring met het gebruik van domperidon in de zwangerschap. In 3 (kleine) onderzoeken met ruim 700 zwangerschappen [19-21] en een groot databaseonderzoek [23] met ruim 10.000 zwangerschappen, wordt geen hoger risico op aangeboren afwijkingen gezien. Ook worden er geen hogere risico’s gezien op specifieke afwijkingen, vroeggeboorte en laag geboortegewicht [23]. Er is geen onderzoek gedaan naar andere mogelijke effecten of lange termijn effecten.

Domperidon kan tot cardiologische bijwerkingen bij de moeder leiden. Daarom mag domperidon alleen kortdurend worden toegepast.

Overige middelen
Over het gebruik van alizapride en droperidol [9, 22] tijdens de zwangerschap zijn geen of te weinig gegevens bekend om het risico te bepalen. Droperidol kan mogelijk extrapyramidale effecten veroorzaken bij de pasgeborene bij gebruik vlak voor de bevalling.

Alternatieve middelen
Andere middelen die tijdens de zwangerschap worden gebruikt bij misselijkheid, braken of hyperemesis gravidarum zijn pyridoxine, gember, antihistaminica, corticosteroïden, serotonine-antagonisten en mirtazapine. Zie de betreffende pagina’s voor informatie over deze middelen.

 

arrow icon
  • Sakran R, Shechtman S, Arnon J. Pregnancy outcome following in-utero exposure to ondansetron: A prospective comparative observational study. Reproductive toxicology (Elmsford, N.Y.). 2020-11-16;99:9-14
  • Berard A, Sheehy O, Gorgui J. New evidence for concern over the risk of birth defects from medications for nausea and vomitting of pregnancy Journal of clinical epidemiology. 2019-12-01;116:39-48
  • Matok I, Gorodischer R, Koren G. The safety of metoclopramide use in the first trimester of pregnancy. The New England journal of medicine. 2009-06-11;360(24):2528-35
  • Pasternak B, Svanstrom H, Molgaard-Nielsen D. Metoclopramide in pregnancy and risk of major congenital malformations and fetal death. JAMA. 2013-10-16;310(15):1601-11
  • Berkovitch M, et al. Metoclopramide for nausea and vomiting of pregnancy: a prospective multicenter international study. American journal of perinatology. 2002-08-01;19(6):311-6
  • Sorensen HT, Nielsen GL, Christensen K. Birth outcome following maternal use of metoclopramide. The Euromap study group. British journal of clinical pharmacology. 2000-03-01;49(3):264-8
  • Anderka M, et al. Medications used to treat nausea and vomiting of pregnancy and the risk of selected birth defects. Birth defects research. Part A, Clinical and molecular teratology. 2012-01-01;94(1):22-30
  • Huybrechts KF, et al. Association of Maternal First-Trimester Ondansetron Use With Cardiac Malformations and Oral Clefts in Offspring. JAMA. 2018-12-18;320(23):2429-2437
  • Nageotte MP, Briggs GG, Towers CV. Droperidol and diphenhydramine in the management of hyperemesis gravidarum. American journal of obstetrics and gynecology. 1996-06-01;174(6):1801-5; discussion 1805-6
  • Gokhale SG, Panchakshari MB. Maternal medication causing drug dystonia in a newborn: placental transfer of drugs. The journal of maternal-fetal & neonatal medicine : the official journal of the European Association of Perinatal Medicine, the Federation of Asia and Oceania Perinatal Societies, the International Society of Perinatal Obstetricians. 2004-10-01;16(4):215-7
  • Kallen B. Maternal Drug Use and Infant Congenital Malformations. 1th. Springer International Publishing;2019-01-01.
  • Lyon's university and teaching hospital. metaPreg. Evidence synthesis about medicines during pregnancy [Internet]. Geraadpleegd 02-03-2021. Beschikbaar via http://metapreg.org/
  • Heinonen OP, Slone D, Shapiro S. Birth Defects and Drugs in Pregnancy..Littleton:Publishing Sciences Group;1977-01-01.
  • Farkas G, Farkas G Jr. [Teratogenic effects of hyperemesis gravidarum and of the customary drugs used in its therapy]. Zentralblatt fur Gynakologie. 1971-03-06;93(10):325-30
  • Slone D, Siskind V, Heinonen OP. Antenatal exposure to the phenothiazines in relation to congenital malformations, perinatal mortality rate, birth weight, and intelligence quotient score. American journal of obstetrics and gynecology. 1977-07-01;128(5):486-8
  • Rumeau-Rouquette C, Goujard J, Huel G. Possible teratogenic effect of phenothiazines in human beings. Teratology. 1977-02-01;15(1):57-64
  • O'Connor M, Johnson GH, James DI. Intrauterine effect of phenothiazines. The Medical journal of Australia. 1981-04-18;1(8):416-7
  • Auerbach JG, Hans SL, Marcus J. Maternal psychotropic medication and neonatal behavior. Neurotoxicology and teratology. 1992-11-01;14(6):399-406
  • Hishinuma K, et al. Pregnancy outcome after first trimester exposure to domperidone-An observational cohort study. The journal of obstetrics and gynaecology research. 2021-02-25;Print ahead of publication
  • Choi JS, et al. Fetal and neonatal outcomes in women taking domperidone during pregnancy. Journal of obstetrics and gynaecology : the journal of the Institute of Obstetrics and Gynaecology. 2013-02-01;33(2):160-2
  • Cottin J, et al. First trimester exposure to domperidone: A comparative prospective study of exposed infants Reprod Toxicol. 2015-11-01;57(nov):217
  • Turcotte V, Ferreira E, Duperron L. Utilite du droperidol et de la diphenhydramine dans l'hyperemesis gravidarum J Obstet Gynaecol Can. 2001-01-01;23(2):133-139
  • Araujo M, et al. Risk of Pregnancy Termination and Congenital Anomalies After Domperidone Exposure: A Study in the EFEMERIS Database. Drug safety. 2021-05-10;
  • Sun L, Xi Y, Wen X. Use of metoclopramide in the first trimester and risk of major congenital malformations: A systematic review and meta-analysis. PloS one. 2021-09-20;16(9):e0257584

Laatst bijgewerkt op 02-03-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.