Diverse middelen bij misselijkheid tijdens de zwangerschap
Overzicht

Vitamine B6 en gember kunnen bij milde klachten van misselijkheid in de zwangerschap gebruikt worden.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - pyridoxine (vitamine b6)
    • - gember
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - scopolamine
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - aprepitant
    • - fosaprepitant

Misselijkheid in de zwangerschap
Meer dan de helft van de zwangere vrouwen heeft last van misselijkheid en braken. Als duidelijk is dat het braken niet veroorzaakt wordt door een ziekte, dan worden bij milde klachten als eerste dieetmaatregelen  geadviseerd. Als dat onvoldoende effect heeft, hebben meclozine of metoclopramide de voorkeur. Deze middelen zijn het best onderzocht.

Gember en pyridoxine
Gember en pyridoxine (vitamine B6) kunnen gebruikt worden bij milde vormen van misselijkheid tijdens de zwangerschap. In de praktijk worden deze middelen veel gebruikt tijdens de zwangerschap. De hoeveelheid onderzoek blijft achter op de praktijk, maar is redelijk. Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen voor nadelige effecten op de foetus of de zwangerschap. De NHG-Standaard Zwangerschap en Kraamperiode noemt gember als voorkeursmiddel bij matige klachten van misselijkheid tijdens de zwangerschap. De geadviseerde dosering is viermaal daags 250 mg.

Pyridoxine wordt ook in combinatie met meclozine gegeven bij zwangerschapsmisselijkheid. Voor pyridoxine is als veilige bovengrens bij langdurig gebruik 25 mg/dag vastgesteld (in verband met het  ontstaan van neuropathie). Er zijn geen aanwijzingen dat kortdurend gebruik van 50 mg per dag bij zwangerschapsmisselijkheid neuropathie veroorzaakt.

Scopolamine
Scopolamine is geen voorkeursmiddel voor de behandeling van zwangerschapsmisselijkheid. Over het gebruik van scopolamine  in het eerste trimester zijn maar weinig gegevens bekend. Onderzoek laat geen hoger risico op afwijkingen zien. De gegevens zijn echter onvoldoende om een goede risico-inschatting te kunnen maken. Scopolamine kan (aan het eind van de zwangerschap) de placenta passeren. Intraveneuze toediening tijdens de bevalling kan foetale tachycardie en effect op het foetale hartritmepatroon geven.

(fos)aprepitant
Het gebruik van (fos)aprepitant tijdens de zwangerschap is niet onderzocht. Hierdoor is het niet mogelijk een uitspraak te doen over eventuele effecten op de zwangerschap of het ongeboren kind.

Alternatieve middelen
Andere middelen die tijdens de zwangerschap worden gebruikt bij misselijkheid, braken of hyperemesis gravidarum zijn antihistaminica, dopamine-antagonisten, corticosteroïden, serotonine-antagonisten en mirtazapine.

Informatie over meclozine is te vinden op de pagina over antihistamica bij misselijkheid.
Informatie over metoclopramide is te vinden op de pagina over dopamine-antagonisten bij misselijkheid.
Informatie over serotonine-antagonisten is te vinden op de pagina over serotonine-antagonisten bij misselijkheid.
Informatie over corticosteroïden is te vinden op de pagina over systemische corticosteroïden.
Informatie over mirtazapine is te vinden op de pagina over tetracyclische antidepressiva.

 

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.