Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij onvoldoende melkproductie tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Domperidon en metoclopramide worden soms gebruikt om de productie van moedermelk te verhogen. Domperidon heeft de voorkeur boven metoclopramide. Beide middelen zijn hiervoor niet geregistreerd. Ze geven bovendien kans op ernstige bijwerkingen bij de moeder. Wees daarom terughoudend met het voorschrijven van deze middelen.

Door vaker te voeden kan de melkproductie ook toenemen.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - domperidon (kortdurend)
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - metoclopramide (kortdurend)

De melkproductie staat onder invloed van het hormoon prolactine. De dopamine-antagonisten domperidon en metoclopramide  kunnen de melkproductie stimuleren door verhoging van de prolactinespiegel.

Domperidon
Onderzoek heeft aangetoond dat domperidon de melkproductie verhoogt en geen bijwerkingen geeft bij de zuigeling. Naar mogelijke bijwerkingen bij de zuigeling op de lange termijn is geen onderzoek gedaan.

Domperidon heeft een lage melk/plasma-ratio van 0,25–0,4 en een eiwitbinding van meer dan 90%. Door het hoge molecuulgewicht passeert het de bloed-hersenbarrière in geringe mate. Domperidon gaat slechts in zeer kleine hoeveelheden over in de moedermelk.

Domperidon heeft om deze redenen de voorkeur boven metoclopramide om de melkproductie te verhogen. De meest gebruikte dosering is driemaal daags 10 mg. Een dosering van driemaal daags 20 mg leidt tot meer bijwerkingen bij de moeder, waaronder hartritmestoornissen. De optimale gebruiksduur van domperidon is niet duidelijk. Gebruik langer dan een week wordt afgeraden in verband met mogelijke cardiale bijwerkingen bij de moeder.

Metoclopramide
Metoclopramide gaat over in de moedermelk en passeert de bloed-hersenbarrière. Daardoor zijn in theorie bijwerkingen mogelijk op het zich ontwikkelende centrale zenuwstelsel van de zuigeling, zoals sedatie en extrapiramidale verschijnselen. Bij de meeste onderzochte zuigelingen is metoclopramide niet aangetoond in het plasma, in een enkel geval wel. In de onderzoeken worden nauwelijks nadelige effecten op de zuigeling gezien, maar niet alle studies hebben dit goed onderzocht. De dosering bedraagt tot 45 mg per dag.

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beveelt aan metoclopramide niet langer dan vijf dagen te gebruiken in verband met het risico op neurologische bijwerkingen bij de moeder. Verder zijn er meldingen van het ontstaan van een (postpartum)depressie na het gebruik van metoclopramide. Geef metoclopramide bij voorkeur niet aan vrouwen met een eerder doorgemaakte depressie.

Laatst bijgewerkt op 15-08-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.