Hulpstoffen in vaccins en bijwerkingen

Overzicht

Hulpstoffen in vaccins kunnen soms klachten veroorzaken. Bijvoorbeeld reacties op de injectieplaats, koorts, hoofdpijn, vermoeidheid en spierpijn. Deze klachten verdwijnen meestal weer binnen een paar dagen zonder dat behandeling nodig is. Hulpstoffen worden in kleine hoeveelheden toegevoegd aan vaccins. Deze hoeveelheid is niet schadelijk. Veel hulpstoffen komen van nature ook voor in het lichaam, voedsel of drinkwater. De veiligheid van vaccins en het gebruik van hulpstoffen worden nauwlettend bewaakt. Hulpstoffen worden toegevoegd aan vaccins om de werkzaamheid van een vaccin te verbeteren, de houdbaarheid te verlengen of om de toediening te vergemakkelijken. [1-13]

arrow icon

Adjuvantia in vaccins kunnen roodheid, zwelling en pijn op de injectieplaats geven
Deze klachten op de injectieplaats zijn meestal mild. Ze horen bij een ontstekingsreactie [1, 4]. De meeste klachten verschijnen binnen 48 uur na vaccinatie en houden enkele dagen aan. Adjuvantia kunnen ook zorgen voor systemische reacties zoals koorts, malaise en spierpijn. Aluminiumzouten kunnen soms ook een bultje of jeukende knobbeltjes veroorzaken. Deze klachten verschijnen meestal later, van enkele weken tot maanden na vaccinatie. Behandeling van de klachten is in de meeste gevallen niet nodig [1, 2, 4-7]. Zouten, buffers en water die zijn toegevoegd aan een vaccin veroorzaken geen bijwerkingen [1, 4].

Formaldehyde in vaccins is niet schadelijk
Formaldehyde is een lichaamseigen stof die ook in groente en fruit zit. Langdurige blootstelling aan grote hoeveelheden formaldehyde via de lucht is schadelijk. In vaccins zit een zeer kleine hoeveelheid formaldehyde van 0,1 milligram per dosis.  Daarnaast hoopt deze stof zich niet op in het lichaam en wordt het snel afgebroken [1, 8, 9].

Gelatine in vaccins kan lichte huidreacties veroorzaken
Gelatine kan worden gebruikt om de houdbaarheid van vaccins te verlengen [1, 9]. Gelatine komt bijvoorbeeld voor in het BMR-vaccin en kan lichte huidreacties veroorzaken. Ernstige reacties, waaronder anafylaxie, komen zeer zelden voor [1, 4].

Thiomersal in vaccins veroorzaakt geen toxiciteit, neurologische stoornissen of autisme
Thiomersal bestaat voor 49,6% uit kwik. Bezorgdheid om kwik in vaccins heeft vaak betrekking op methylkwik. Methylkwik heeft een halfwaardetijd van ongeveer 50 dagen en kan zich opstapelen in het lichaam. Thiomersal valt echter uiteen in het lichaam in een ander soort kwik, namelijk ethylkwik en thiosalicylaat. Voor ethylkwik is de halveringstijd ongeveer 7 dagen. Het wordt snel uitgescheiden via de ontlasting en opstapeling in het lichaam is zeer onwaarschijnlijk, zowel bij volwassenen als bij kinderen [1, 2, 4, 8, 10, 11]. Daarnaast wordt er maar een kleine hoeveelheid thiomersal gebruikt in de vaccins die thiomersal bevatten. Deze hoeveelheid is niet schadelijk [1, 10-12]. 

Fenoxyethanol is geen antivries of koelvloeistof
Fenoxyethanol is een ether van fenol en etheenglycol. Dat laatste wordt gebruikt in antivries of koelvloeistof. Fenoxyethanol zelf is dus geen antivries of koelvloeistof. Mogelijk kan fenoxyethanol contactdermatitis en eczeem veroorzaken. De hoeveelheid fenoxyethanol in vaccins is zeer laag. Ernstige reacties door dit conserveermiddel zijn onwaarschijnlijk [4, 13]. 

Tabel 1. Verschillende hulpstoffen in vaccins [1, 3]

Hulpstoffen Werking Voorbeelden
Adjuvantia Versterken of verlengen van de werkzaamheid Aluminiumfosfaten, AS04
Inactiveringsmiddelen Onschadelijk maken van bacteriën en virussen (toxines) Formaldehyde, glutaaraldehyde
Oplosbaarheidverbeterende stoffen, emulgatoren en stabilisatoren Stabiliseren van antigenen, Verlengen van de houdbaarheid, vergemakkelijken van de toediening Sucrose, polysorbaten
Conserveermiddelen Verlengen van de houdbaarheid, voorkomen van bederf Thiomersal, fenoxyethanol
Zouten, buffers en water Stabiliseren van antigenen, vergemakkelijken van de toediening Natriumchloride (NaCl), kaliumchloride (KCl)

 

arrow icon
  • Rümke H. Samenstelling van vaccins en bijwerkingen Tijdschrift Jeugdgezondheidszorg. 2017-01-30;48(6):126-133
  • Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Wat zit er in een vaccin? – Rijksvaccinatieprogramma 2019 [internet]. 2019. Geraadpleegd 8 november 2019. Beschikbaar via: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/vaccinaties/wat-zit-er-in
  • Centers for Disease Control and Prevention. Adjuvants help vaccines work better [internet]. 2018. Geraadpleegd 11 november 2019. Beschikbaar via: https://www.cdc.gov/vaccinesafety/concerns/adjuvants.html
  • Geersing TH, Hilgersom WJA, Tempels-Pavlica Ž. Overgevoeligheidsreacties en vaccins Ned Tijdschr Geneeskd. 2017-01-01;161:D1491
  • Principi N, Esposito S. Aluminum in vaccines: Does it create a safety problem? Vaccine. 2018-09-18;36(39):5825-5831
  • Bergfors E, Hermansson G, Nyström Kronander U. How common are long-lasting, intensely itching vaccination granulomas and contact allergy to aluminium induced by currently used pediatric vaccines? A prospective cohort study. Eur J Pediatr. 2014-10-01;173(10):1297-307
  • Salik E, Lik I, Andersen KE. Persistent Skin Reactions and Aluminium Hypersensitivity Induced by Childhood Vaccines. Acta Derm Venereol. 2016-11-02;96(7):967-971
  • Centers for Disease Control and Prevention. What’s in Vaccines? [internet]. 2019. Geraadpleegd 8 november 2019. Beschikbaar via: https://www.cdc.gov/vaccines/vac-gen/additives.htm
  • Offit PA, Jew RK. Addressing parents' concerns: do vaccines contain harmful preservatives, adjuvants, additives, or residuals? Pediatrics. 2003-12-01;112(6 Pt 1):1394-7
  • Moorer-Lanser N, Vermeer-de Bondt PE. Veiligheidsbewaking en Consultatie vaccins: Thiomersal in vaccins [RIVM rapport]. 2009
  • DeStefano F, Bodenstab HM, Offit PA. Principal Controversies in Vaccine Safety in the United States. Clin Infect Dis. 2019-08-01;69(4):726-731
  • Gołoś A, Lutyńska A. Thiomersal-containing vaccines - a review of the current state of knowledge. Przegl Epidemiol. 2015-01-01;69(1):59-64, 157-61
  • McNeil MM, DeStefano F. Vaccine-associated hypersensitivity. J Allergy Clin Immunol. 2018-02-01;141(2):463-472

Laatst bijgewerkt op 12-01-2021