De behandeling van misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap

In het kort

 

  • Misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap komt vaak voor.
  • Misselijkheid begint vaak vroeg (tussen de 4 en 9 weken) en eindigt vaak na week 16.
  • Milde misselijkheid tijdens de zwangerschap kan een positief effect hebben op de baby. Ernstigere misselijkheid en braken lijkt negatieve gevolgen te hebben voor de baby.
  • Misselijkheid tijdens de zwangerschap verlaagt de kwaliteit van leven van de moeder, op het gebied van werk, relatie, familie en sociaal.
  • Aanpassingen in eetstijl, zoals kleinere en frequentere maaltijden, kunnen de misselijkheid verminderen. Ook vitamine B6 en gember kunnen helpen.
  • Er zijn meerdere geneesmiddelen die gebruikt kunnen worden tijdens de zwangerschap, zoals meclozine en metoclopramide.

Lees voor meer informatie hieronder verder.

Achtergrondinformatie

Misselijkheid en braken komt veel voor tijdens de zwangerschap
Tot 85% van zwangere vrouwen heeft last van enige mate van misselijkheid gedurende de zwangerschap [1-6]. Misselijkheid begint vaak tussen de 4 en 9 weken van de zwangerschap [1,3,7] en gaat bij de meeste vrouwen over na week 16 [1,3,6,7,8]. Ongeveer 15% heeft nog last tot 20 weken [3] en 10% houdt klachten gedurende de gehele zwangerschap [1,3,7].

De precieze pathogenese van misselijkheid en braken, inclusief de ernstige vorm hyperemesis gravidarum, is onbekend, maar gaat waarschijnlijk om een combinatie van genetische, endocriene en gastro-intestinale factoren [1]. Hogere concentraties van de geslachtshormonen humaan choriongonadotrofine (hCG) en estradiol zijn geassocieerd met misselijkheid en braken [7].

Milde misselijkheid heeft mogelijk een beschermend effect op de foetus
Meerdere onderzoeken laten een positief effect van milde misselijkheid op de foetus zien, waaronder een verminderde kans op een laag geboortegewicht, vroeggeboorte, miskramen, doodgeboortes en aangeboren afwijkingen [1,3]. Ook zijn er een klinisch significante effecten op IQ, taal en gedrag gezien [9]. Sommige onderzoeken concluderen dat milde misselijkheid geen effect op de baby heeft [2,7].

Ernstige misselijkheid en braken heeft daarentegen wel een mogelijk negatief effect op de foetus
Misselijkheid en braken kan leiden tot verschillende mate van dehydratie, gewichtsverlies, voedingstekorten en vermoeidheid [3]. Bij ernstige misselijkheid en braken (hyperemesis) is een verhoogd risico op een laag geboortegewicht, vroeggeboorte, lage Apgarscore 5 minuten na geboorte en een verhoogd risico op ontwikkelingsvertraging gezien [3,7].

Misselijkheid verlaagt de kwaliteit van leven van de moeder
Misselijkheid tijdens de zwangerschap, ook in milde vorm, kan de kwaliteit van leven van de moeder verlagen. Het heeft een negatieve impact op werk, huishouden, ouderschap, relatie en familie [1,3,4,5,6]. Dit kan leiden tot gevoelens van o.a. frustratie, wrok, depressie, angst en zorgen om de baby [1,3].

Momenteel is er geen eenduidige behandelrichtlijn voor misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap.
Er zijn geen richtlijnen over de behandeling van misselijkheid tijdens de zwangerschap in Nederland vanuit gynaecologen en verloskundigen. In de NHG richtlijn Zwangerschap en kraamperiode (2012) wordt er kort aandacht aanbesteed [10]. Op dit moment is de richtlijn voor hyperemesis gravidarum in ontwikkeling.

Er zijn een aantal leefstijlaanpassingen die misselijkheid kunnen verminderen:

  • Kleinere, frequentere maaltijden, doordat zo een lege maag, hongergevoel en lage bloedsuiker wordt voorkomen [6, 10]. De zwangere vrouw kan uitzoeken welk voedsel voor haar verdraagbaar is [7,10]. Daarnaast kan meer drinken tussen de maaltijden door ook helpen [7].
  • Rusten, het minimaliseren van stress en het verminderen van druk op de buik [7,10].

De volgende behandelingen worden toegepast bij misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap:

Referenties:

  1. Bustos M, Venkataramanan R. Caritis S. Nausea and vomiting of pregnancy - What's new? Auton Neurosci. 2017 Jan;202:62-72.
  2. Committee on Practice Bulletins-Obstetrics. ACOG Practice Bulletin No. 189: Nausea And Vomiting Of Pregnancy. Obstet Gynecol. 2018 Jan;131(1):e15-e30
  3. Koren G. Safety considerations surrounding use of treatment options for nausea and vomiting in pregnancy. Expert Opin Drug Saf. 2017 Nov;16(11):1227-1234.
  4. Royal College of Obstetricians & Gynaecologists. The Management of Nausea and Vomiting of Pregnancy and Hyperemesis Gravidarum. Green-top Guideline No. 69 June 2016.
  5. Campbell K, Rowe H, Azzam H, Lane CA. The Management of Nausea and Vomiting of Pregnancy. J Obstet Gynaecol Can. 2016 Dec;38(12):1127-1137.
  6. Maltepe C, Koren G. The management of nausea and vomiting of pregnancy and hyperemesis gravidarum--a 2013 update. J Popul Ther Clin Pharmacol. 2013;20(2):e184-92.
  7. Dunbar K, Yadlapati R, Konda V. Heartburn, Nausea, and Vomiting During Pregnancy. Am J Gastroenterol. 2022 Oct 1;117(10S):10-15.
  8. Festin M. Nausea and vomiting in early pregnancy. BMJ Clin Evid. 2014 Mar 19;2014:1405.
  9. Koren G, Madjunkova S, Maltepe C. The protective effects of nausea and vomiting of pregnancy against adverse fetal outcome--a systematic review. Reprod Toxicol. 2014 Aug;47:77-80.
  10. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/zwangerschap-en-kraamperiode#volledige-tekst
  11. https://www.ge-bu.nl/artikel/misselijkheid-en-braken-tijdens-de-zwangerschap?full
  12. https://www.uptodate.com/contents/nausea-and-vomiting-of-pregnancy-treatment-and-outcome  
  13. Niebyl JR, Briggs GG. The pharmacologic management of nausea and vomiting of pregnancy. J Fam Pract 2014 Feb;63(2 Suppl):S31-7.

Laatst bijgewerkt op 23-01-2023


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.