Decongestiva bij neusaandoeningen tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Natriumchloride neusdruppels en -spray (fysiologische zoutoplossing) kunnen gebruikt worden tijdens de borstvoeding. Een neusspray met ipratropium, oxymetazoline, tramazoline, nafazoline of xylometazoline kan kortdurend waarschijnlijk veilig gebruikt worden.

Let op
Gebruik xylometazoline, oxymetazoline, tramazoline of nafazoline niet langer dan zeven dagen achter elkaar.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - natriumchloride (fysiologisch zoutoplossing)
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - ipratropium
    • - nafazoline (kortdurend)
    • - oxymetazoline (kortdurend)
    • - tramazoline (kortdurend)
    • - xylometazoline (kortdurend)
arrow icon

Geneesmiddelopname
De hoeveelheid geneesmiddel die bij neusdruppels of neusspray in het lichaam wordt opgenomen, is zo laag dat een effect via de borstvoeding op het kind onwaarschijnlijk is. Naar de veiligheid van het gebruik van de meeste neusdruppels of -sprays tijdens de borstvoeding is echter geen onderzoek gedaan.

Alfa-sympaticomimetica
Xylometazoline en oxymetazoline hebben de voorkeur boven nafazoline en tramazoline. Deze middelen zijn lang op de markt en worden veel gebruikt.

Ipratropium
Over het gebruik van ipratropium tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend. De opname in het lichaam na nasale toediening is laag. Het is niet waarschijnlijk dat er grote hoeveelheden ipratropium in de borstvoeding terecht zullen komen.

Laatst bijgewerkt op 18-10-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.