Kaliumsparende diuretica (plastabletten) tijdens de zwangerschap

Overzicht

Als een diureticum nodig is in de zwangerschap, dan gaat de voorkeur uit naar hydrochloorthiazide of furosemide. Over de kaliumsparende diuretica zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de risico’s.

Risico indeling

  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - amiloride
    • - eplerenon
    • - spironolacton
    • - triamtereen
arrow icon

Kaliumsparende diuretica
Spironolacton is een aldosteron-antagonist. Bij onderzoek bij ratten is feminisatie van de mannelijke foetus gevonden. Bij de mens is dit niet bevestigd. De ervaring die met spironolacton is opgedaan tijdens de zwangerschap is zeer beperkt.

De beperkte ervaring met triamtereen wijst tot nu toe niet op een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Het  gebruik van triamtereen in het eerste trimester wordt afgeraden, omdat triamtereen een foliumzuur-antagonist is.  

Over het gebruik van amiloride en eplerenon tijdens de zwangerschap zijn slechts zeer beperkt gegevens bekend.

Voor meer informatie over hydrochloorthiazide, zie de pagina over thiazide diuretica.
Voor meer informatie over furosemide, zie de pagina over lisdiuretica.

Laatst bijgewerkt op 13-08-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.