Weeënremmende middelen tijdens de zwangerschap

Overzicht

Bij dreigende vroeggeboorte gaat de voorkeur uit naar atosiban of nifedi­pine. Atosiban heeft waarschijnlijk geen nadelige effecten bij het ongeboren kind. Nifedipine, fenoterol en indometacine kunnen wel nadelige effecten hebben op het ongeboren kind.

Let op
Zorg bij gebruik van nifedipine voor bloeddrukcontrole bij de moeder en CTG-controle bij het kind.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - atosiban
  • Mogelijk risico tooltip icon Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - fenoterol
    • - indometacine
    • - nifedipine
arrow icon

Indometacine en nifedipine zijn niet geregistreerd als weeën­remmer. In de praktijk worden deze middelen wel voor deze indicatie gebruikt. Meer informatie over nifedipine is te vinden op de pagina over calciumblokkers.

Atosiban
Atosiban is een oxytocine-antagonist. Bij gebruik van atosiban bij een zwanger­schapsduur van 24 tot 33 weken zijn geen nadelige effecten gezien. Over de lan­getermijneffecten bij kinderen die intra-uterien zijn blootgesteld aan atosiban zijn geen gegevens bekend.

Fenoterol
Fenoterol passeert de placenta. Het kan, net als bij de moeder, bij de foetus of neonaat cardiovasculaire bijwerkingen veroorzaken, zoals tachycardie (een versnelde hartslag) en een verstoorde glucosetolerantie (ontregelde bloedsuikerspiegel).

Indometacine
Bij gebruik van het NSAID indometacine vanaf een zwangerschapsduur van 27 weken is bij de foetus een toenemende gevoeligheid voor een reversibele vroegtijdige sluiting van de ductus arteriosus gezien. Het risico lijkt beperkt bij kortdurend gebruik gedurende 24 tot 48 uur. Gebruik indometacine niet vanaf een zwangerschapsduur van 30 weken. Het middel kan dan nadelige effecten op de nieren hebben.

In de literatuur bestaat discussie over de relatie tussen het gebruik van indometacine door de moeder en necrotise­rende enterocolitis (een ernstige aandoening van de darmwand) en intraventriculaire bloedingen (bloedingen in de hersenen) bij de premature neonaat. Voor meer informatie over indometacine, zie NSAID’s en salicylaten bij pijn tijdens de zwangerschap.

Laatst bijgewerkt op 05-03-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.