Middelen bij lepra tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Rifampicine kan waarschijnlijk veilig worden gebruik tijdens de borstvoeding. Dapson leidt mogelijk tot hemolytische anemie (bloedarmoede door afbraak van de rode bloedcellen) bij de zuigeling.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - rifampicine
  • Mogelijk risico tooltip icon Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - dapson
arrow icon

Dapson
Naar het gebruik van dapson tijdens de borstvoeding is beperkt onderzoek gedaan. Dapson komt in relatief grote hoeveelheden in de moedermelk terecht. Er is één zuigeling beschreven met hemolytische anemie, mogelijk door het gebruik van dapson door de moeder tijdens de borstvoeding. Dapson en zijn metabolieten zijn aangetoond in het bloed van deze zuigeling. Zuigelingen met een G6PD-deficiëntie (geen of weinig activiteit van het enzym G6PD) hebben een verhoogd risico op hemolytische anemie. G6PD-deficiën­tie is een erfelijke aandoening en komt met name voor bij mensen die afkomstig zijn uit het Middellandse Zeegebied, Suriname, de Antillen, Azië en Afrika. In de oorspronke­lijke Noord-Europese bevolking komt G6PD-deficiëntie weinig voor, de incidentie is 0,1%)

Rifampicine
Naar de overgang van rifampicine in de borstvoeding is weinig onderzoek gedaan. Rifampicine gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. De hoeveelheid rifampicine die de baby binnenkrijgt via de borstvoeding is veel lager dan de hoeveelheid die gegeven wordt voor de behandeling van een baby.

Laatst bijgewerkt op 22-02-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.