Influenzavaccin (griepprik) tijdens de zwangerschap

Overzicht

Het influenzavaccin (de griepprik) kan tijdens de zwangerschap gegeven worden. Er is geen verhoogd risico op nadelige gevolgen zoals miskramen of aangeboren afwijkingen gezien. De gezondheidsraad adviseert alle vrouwen vanaf 22 weken zwangerschap om de griepprik te halen.  

Zwangere vrouwen hebben een groter risico op een ernstiger beloop van de griep. Daarnaast zullen antistoffen van de moeder via de placenta bij de baby komen. Dit zorgt na de geboorte voor bescherming tegen een griepinfectie bij de baby. Deze bescherming kan enkele weken tot maanden blijven.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - influenzavaccin
arrow icon

Grotere risico’s bij een griepinfectie in de zwangerschap
Het influenzavaccin is een geïnactiveerd vaccin. Het vaccin kan worden gegeven aan alle zwangere vrouwen. Zwangere hebben evenveel kans om griep te krijgen als niet zwangere. Zwangere hebben echter een grotere kans op complicaties, ziekenhuisopname en zelfs overlijden na besmetting met het influenzavirus, voornamelijk in het tweede en derde trimester. Het vaccin beschermt tegen - een ernstig verloop van - de griep.

Geen nadelige gevolgen na een griepprik in de zwangerschap
Er is in het buitenland veel ervaring opgedaan met het geven van een griepprik aan zwangere vrouwen in alle trimesters van de zwangerschap. Er zijn geen aanwijzingen dat de griepprik een verhoogde kans geeft op een miskraam, aangeboren afwijkingen bij het kind of andere nadelige gevolgen voor de zwangerschap [1]. Een vaccinatie verlaagd de kans op vroeggeboorte [1,2]. Daarnaast is er voor zwangere geen verhoogd risico op bijwerkingen na de vaccinatie [3]. Bijwerkingen zoals bij niet-zwangeren kunnen ook bij zwangere vrouwen optreden.

Bescherming van de neonaat door antistoffen van de moeder
Via de placenta komen de antistoffen die de moeder aanmaakt bij de foetus terecht [4]. Dit proces zorgt ervoor dat de baby gedurende de eerste weken tot maanden na de geboorte afweer heeft tegen een infectie met het influenzavirus [5]. Door de moeder te vacci­neren wordt de baby beschermd.  

Geen lange termijn effecten in de eerste 5 jaar na geboorte
Een review met bijna 164.000 in utero blootgestelde kinderen zag geen nadelige gevolgen voor het kind in minder dan 5 jaar na geboorte [6].

arrow icon
  • Lu QC, Zhang TY, Bundhun PK. One "misunderstood" health issue: demonstrating and communicating the safety of influenza a vaccination in pregnancy: a systematic review and meta-analysis. BMC public health. 2021-04-09;21(1):703
  • Giles ML, Krishnaswamy S, Macartney K. The safety of inactivated influenza vaccines in pregnancy for birth outcomes: a systematic review. Human vaccines & immunotherapeutics. 2019-01-01;15(3):687-699
  • Nordin JD, et al. Maternal safety of trivalent inactivated influenza vaccine in pregnant women. Obstetrics and gynecology. 2013-03-01;121(3):519-525
  • Vesikari T, et al. Immunogenicity and safety of a quadrivalent inactivated influenza vaccine in pregnant women: a randomized, observer-blind trial. Human vaccines & immunotherapeutics. 2020-03-03;16(3):623-629
  • Omer SB, et al. Efficacy, duration of protection, birth outcomes, and infant growth associated with influenza vaccination in pregnancy: a pooled analysis of three randomised controlled trials. The Lancet. Respiratory medicine. 2020-06-01;8(6):597-608
  • Foo DYP, Sarna M, Pereira G. Early Childhood Health Outcomes Following In Utero Exposure to Influenza Vaccines: A Systematic Review. Pediatrics. 2020-08-01;146(2)

Laatst bijgewerkt op 11-11-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.