Tetracyclische antidepressiva tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Mirtazapine kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Van mianserine zijn te weinig gegevens bekend om te kunnen zeggen of het veilig gebruikt kan worden.

Let op:

  • Controleer voor de zekerheid de zuigeling de eerste weken op slecht slapen, sufheid, geïrriteerdheid, veel huilen, koliek, slecht drinken en slecht groeien.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - mirtazapine
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - mianserine
arrow icon

Mogelijke effecten bij de zuigeling
Er is weinig ervaring met mianserine tijdens de borstvoeding. Met het gebruik van mirtazapine is meer ervaring. Tot nu toe zijn er geen effecten gemeld op de zuigeling. Bij andere antidepressiva als SSRI’s en TCA’s zijn wel effecten op de zuigeling gemeld. Ze zijn meestal mild van aard. Effecten die gezien zijn, zijn; sufheid, geïrriteerdheid, slecht drinken en slecht groeien. Het is daarom verstandig het kindje de eerste periode te controleren op deze effecten.

Postpartum depressie
In de periode na de bevalling zijn vrouwen extra gevoelig voor psy­chische stoornissen. Tussen de 10 en 15% van de vrouwen krijgt een postpartum depressie. Het gebruik van antidepressiva hoeft geen reden te zijn om met het geven van borstvoeding te stoppen. Kies zo mogelijk voor een voorkeursmiddel, in monotherapie en in een zo laag mogelijke dosering, wanneer er gestart moet worden met een antidepressivum. Switch bij voorkeur niet, om te voorkomen dat de depressie terugkeert. Dit omdat onbekend is hoe moeder op een nieuw middel zal reageren. 

Langetermijneffecten
Met antidepressiva is onvoldoende ervaring opgedaan om een uitspraak te kunnen doen over de effecten op de lange termijn. Tot nu toe zijn er geen duidelijke aanwijzin­gen voor nadelige effecten bij het kind op latere leeftijd.

Mirtazapine
Er zijn ruim 60 moeder-kindparen beschreven met het gebruik van mirtazapine tijdens de borstvoeding. Mirtazapine en de actieve metaboliet gaan maar weinig over in de moedermelk. De relatieve kinddosis van mirtazapine is ongeveer 2% [1]. Een case report beschrijft een kind dat beter slaapt en zwaarder is dan zijn oudere broers [2]. In de eerdere zwangerschappen had de moeder geen mirtazapine gebruikt. Verder zijn er geen nadelige effecten op de zuigeling beschreven in de literatuur.

Mianserine
Er is weinig onderzoek gedaan naar mianserine tijdens de borstvoeding. In één artikel worden 2 moeders beschreven met gebruik van mianserine [3]. Mianserine en de actieve metaboliet gingen maar beperkt over in de moedermelk. De relatieve kinddosis was tussen 0.5-1.5 %. Er werden geen effecten gezien bij beide kinderen. Vanwege het gebrek aan ervaring hebben andere antidepressiva waar meer ervaring mee is de voorkeur, als gestart moet worden met een antidepressivum tijdens de borstvoeding.

arrow icon
  • Kristensen JH, Ilett KF, Rampono J. Transfer of the antidepressant mirtazapine into breast milk. British journal of clinical pharmacology. 2007-03-01;63(3):322-7
  • Tonn P, Reuter SC, Hiemke C. High mirtazapine plasma levels in infant after breast feeding: case report and review of the literature. Journal of clinical psychopharmacology. 2009-04-01;29(2):191-2
  • Buist A, Norman TR, Dennerstein L. Mianserin in breast milk. British journal of clinical pharmacology. 1993-08-01;36(2):133-4

Laatst bijgewerkt op 01-12-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.