Aa Lettergrootte
16
 
Decongestiva bij oogaandoeningen tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Binnen de decongestiva (middelen die gezwollen slijmvliezen doen slinken) in oogdruppels heeft oxymetazoline de voorkeur. Gebruik decongestiva niet langdurig.

Oogdruppels bevatten maar een kleine hoeveelheid werkzame stof. Er wordt maar weinig werkzame stof in het lichaam opgenomen. Hierdoor is ook de overgang naar de moedermelk laag en komt weinig tot niets van het geneesmiddel bij het kind.

Let op
De opname van het geneesmiddel in het lichaam wordt verder verminderd door na het druppelen van het oog de traanbuis één tot drie minuten dicht te drukken.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - fenylefrine (incidenteel)
    • - nafazoline (kortdurend)
    • - oxymetazoline (kortdurend)

Oogdruppels tijdens de borstvoeding
Over het gebruik van decongestiva tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend. De meeste oogdruppels kunnen tijdens het geven van borstvoeding worden gebruikt, ook al is meestal niet bekend hoeveel van het geneesmiddel precies in de moedermelk terecht komt. In het algemeen gaat de voorkeur gaat uit naar de oudere of de veel voorgeschreven middelen. Raadpleeg bij twijfel eventueel de informatie bij de systemische toepassing.

Fenylefrine
Fenylefrine kan in theorie de melkproductie verminderen. Bij toediening in het oog is dit niet waarschijnlijk omdat slechts een klein deel in het lichaam wordt opgenomen.

Laatst bijgewerkt op 15-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.