Aa Lettergrootte
16
 
Antacida bij maagklachten tijdens de zwangerschap
Overzicht

Antacida kunnen in de hele zwangerschap gebruikt worden in normale doseringen.  

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - algeldraat
    • - alginezuur
    • - aluminiumhydroxidemagnesiumcarbonaat
    • - calciumcarbonaat
    • - magnesiumcarbonaat
    • - magnesiumhydroxide
    • - magnesiumoxide
    • - natriumwaterstofcarbonaat

Antacida worden vaak gebruikt in de zwangerschap. Bij normaal gebruik zijn er geen aanwijzingen voor negatieve effecten op de zwangerschap en de foetus. Vermijd hoge doseringen en langdurig gebruik, dit kan leiden tot te hoge spiegels calcium, magnesium of aluminium. Overmatig gebruik van natriumwaterstofcarbonaat kan onder andere leiden tot metabole alkalose.

Alternatieven
Als antacida onvoldoende werken, kunnen ook middelen uit andere groepen gebruikt worden: sucralfaat (zie de pagina over maagwandbeschermers bij maagklachten), een protonpompremmer (zie de pagina over protonpompremmers bij maagklachten) of een H2 antagonist (zie de pagina over H2 receptorantagonisten bij maagklachten).

Laatst bijgewerkt op 18-05-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.