Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij bloedarmoede tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Foliumzuur, cyanocobalamine, hydroxocobalamine en ijzerpreparaten kunnen veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Deze stoffen komen van nature voor in de moedermelk. 

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - cyanocobalamine (vitamine b12) (oraal)
    • - foliumzuur
    • - hydroxocobalamine (vitamine b12) (injectie)
    • - ijzerpreparaten (oraal of injectie of infuus)

Foliumzuur
Foliumzuur komt in de moedermelk voor in een concentratie van ongeveer 50 mcg/l. Een tekort aan foliumzuur bij de moeder leidt niet of nauwelijks tot een verlaagde foliumzuurspiegel in de moedermelk. Inname van 5 mg foliumzuur per dag verhoogt de moedermelkconcentratie met slechts enkele microgrammen.

Ijzerpreparaten
Ook een tekort aan ijzer bij de moeder heeft geen noemenswaardig effect op de hoeveelheid ijzer in de moedermelk. Extra inname door de moeder leidt niet tot een overmatige blootstelling bij het kind via de moedermelk.

Laatst bijgewerkt op 17-11-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.