Aa Lettergrootte
16
 
Macroliden bij infecties tijdens de zwangerschap
Overzicht

Macroliden zijn geen antibiotica van voorkeur tijdens de zwangerschap. Azitromycine, claritromycine, erytromycine en roxitromycine kunnen worden gebruikt als penicillines en cefalosporines niet ingezet kunnen worden. Infecties tijdens de zwangerschap moeten goed behandeld worden.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - azitromycine
    • - claritromycine
    • - erytromycine
    • - roxitromycine

Macroliden
Er is veel ervaring met het gebruik van macroliden tijdens de zwangerschap. De meeste studies zien geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Een aantal studies zien een licht verhoogd risico op onder andere hartafwijkingen. Er is geen eenduidigheid of patroon in de aangeboren afwijkingen. Ook een licht verhoogd risico op miskramen is niet uitgesloten. Een aantal studies kijkt alleen naar de macroliden als groep, en niet naar de afzonderlijke middelen. Dit bemoeilijkt de interpretatie.
Een recente studie van Fan e.a. (2020) ziet een licht verhoogd risico op aangeboren afwijkingen (2,77% versus 1,77%, aRR 1,55; 1,19-2,03) bij de kinderen van 2170 vrouwen die in het eerste trimester een macrolide (1935 erytromycine, 163 claritromycine en 72 azitromycine) kreeg voorgeschreven. Het berekende verhoogde risico was overigens zo laag dat het niet afwijkt van het algemene basisrisico op aangeboren afwijkingen van 2-4%. Het verhoogde risico in het eerste trimester betrof vooral hartafwijkingen (1,06% versus 0,66%; aRR 1,62; 1,05-2,51). Daarnaast werd ook een verhoogd risico op genitale afwijkingen (vooral hypospadie) gezien na een macrolidevoorschrift op enig moment tijdens de hele zwangerschap (0,47% versus 0,31%, aRR 1,58;1,14-2,19). De controlegroep bestond uit vrouwen die penicillines voorgeschreven kregen. Een eerdere studie (Kallen e.a., 2013) ziet eveneens een verhoogd risico op hartafwijkingen na gebruik van een macrolide. Na het gebruik van erytromycine tijdens het eerste trimester van de zwangerschap werden 43 hartafwijkingen op 2531 zwangerschappen gezien (RR 1,70;1.26-2,39). 

Erytromycine
In studies met meer dan 10.000 gevolgde zwangerschappen met blootstellingen aan erytromycine tijdens het eerste trimester wordt geen verhoogd risico gezien. Echter, enkele studies suggereren een licht verhoogd risico op aangeboren afwijkingen, waaronder hartafwijkingen, na erytromy­cine gebruik door de moeder. Zie ook het kopje macroliden.
Of het gebruik van erytromycine laat in de zwangerschap pylorusstenose bij het kind kan veroorzaken is niet eenduidig.

Claritromycine
Er zijn meer dan 1500 zwangerschappen gevolgd met blootstellingen aan claritromycine tijdens het eerste trimester. Er zijn geen eenduidige aanwijzingen voor een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Zie ook het kopje macroliden.
Een studie laat een licht verhoogd risico zien op spontane miskramen bij het gebruik van claritromycine dan wel azitromycine tijdens de zwangerschap.

Azitromycine
Er zijn in meer dan 5000 zwangerschappen gevolgd met blootstellingen aan azitromycine in het eerste trimester. Er zijn geen eenduidige aanwijzingen voor verhoogd risico zien op aangeboren afwijkingen. Zie ook het kopje macroliden. Chlamydia-infectie tijdens de zwangerschap wordt in sommige studies geassocieerd met vroegtijdig gebroken vliezen, vroeggeboorte en een laag geboorte­gewicht. De neonaat kan met chlamydia worden besmet tijdens de bevalling. Besmetting kan leiden tot conjunctivitis en respiratoire infecties.
Een studie laat een licht verhoogd risico zien op spontane miskramen bij het gebruik van claritromycine dan wel azitromycine tijdens de zwangerschap.

Roxitromycine
Er zijn meer dan 3000 zwangerschappen gevolgd met blootstelling aan roxitromycine in het eerste trimester. Er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.

 

Referenties (selectie)
Fan H, Gilbert R, O'Callaghan F, Li L. Associations between macrolide antibiotics prescribing during pregnancy and adverse child outcomes in the UK: population based cohort study. Bmj. 2020;368:m331.

Kallen B, Danielsson BR. Fetal safety of erythromycin. An update of Swedish data. European Journal of Clinical Pharmacology. 2013.

Damkier P, Bronniche LMS, Korch-Frandsen JFB, Broe A. In utero exposure to antibiotics and risk of congenital malformations: a population-based study. Am J Obstet Gynecol. 2019;221(6):648.e1-.e15.

Muanda FT, Sheehy O, Berard A. Use of antibiotics during pregnancy and the risk of major congenital malformations: A population based cohort study. BrJ Clin Pharmacol. 2017;83(11):2557-71.

Muanda FT, Sheehy O, Berard A. Use of antibiotics during pregnancy and risk of spontaneous abortion. CMAJ. 2017;189(17):E625-E33.

Berard A, Sheehy O, Zhao JP, Nordeng H. Use of macrolides during pregnancy and the risk of birth defects: a population-based study. Pharmacoepidemiol and Drug Saf. 2015;24(12):1241-8.

Dinur AB, Koren G, Matok I, Wiznitzer A, Uziel E, Gorodischer R, et al. The fetal safety of macrolides. AntimicrobAgents Chemother. 2013;57(7):3307-11.

Romoren M, Lindbaek M, Nordeng H. Pregnancy outcome after gestational exposure to erythromycin-a population-based register study from Norway. British Journal of Clinical Pharmacology. 2012;74(6):1053-62.

Laatst bijgewerkt op 10-03-2020


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.