Middelen bij plasproblemen tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Oxybutynine kan kortdurend gebruikt worden tijdens de borstvoeding.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - oxybutynine (kortdurend)
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - darifenacine
    • - fesoterodine
    • - flavoxaat
    • - mirabegron
    • - oxybutynine (langdurig)
    • - solifenacine
    • - tolterodine
arrow icon

Oxybutynine
Oxybutynine wordt opgenomen vanuit het maagdarmkanaal, maar door het grote first pass effect in de lever komt er minder dan 10% systemisch. Nadelige effecten bij de zuigeling worden daarom niet verwacht. Over de overgang naar de moedermelk is geen informatie beschikbaar. Door de fabrikant is onderdrukking van de aanmaak van de moedermelk gemeld.

Overige middelen
Over het gebruik van darifenacine, fesoterodine, flavoxaat, mirabegron, solifenacine en tolterodine tijdens de borstvoedingsperiode zijn geen gegevens bekend. Het is daarom niet mogelijk een uitspraak te doen over de mogelijke risico’s.

Laatst bijgewerkt op 20-02-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.