Lokale corticosteroïden bij oogaandoeningen tijdens de zwangerschap

In het kort

Corticosteroïden in oogdruppels, -gel of -zalf kunnen tijdens de zwangerschap gebruikt worden. Deze toepassingen bevatten maar een hele kleine hoeveelheid geneesmiddel dat via het oog in het lichaam kan worden opgenomen. Hierdoor komt zo weinig van de werkzame stof bij het kind dat nadelige effecten onwaarschijnlijk zijn. Dit geldt ook voor corticosteroïden implantaten.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap. Of studies tonen discrepanties, maar zijn overwegend gunstig. Het belang van behandeling zal na afweging veelal groter zijn dan het risico.
    • - dexamethason (oogdruppels of ooggel) (implantaat)
    • - fluocinolonacetonide (implantaat)
    • - fluormetholon
    • - hydrocortison
    • - prednison

Achtergrondinformatie

Naar de veiligheid van het gebruik van corticosteroïden in oculaire toediening tijdens de zwangerschap is beperkt onderzoek gedaan.
Er is één Japans onderzoek met bijna 900 zwangerschappen waarbij de moeders oogdruppels met corticosteroïden gebruikten tijdens het eerste trimester [1]. Er werden niet meer afwijkingen, vroeggeboortes en kinderen met een laag geboorte gewicht gezien. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar intravitreale injecties met corticosteroïden tijdens de zwangerschap [2-6]. Ook daarbij zijn geen aanwijzingen voor nadelige effecten.

Naar andere toedieningsvormen van corticosteroïden tijdens de zwangerschap is meer onderzoek gedaan. Voor meer informatie over corticosteroïden, zie de informatie over de systemische toepassing van corticosteroïden tijdens de zwangerschap.

Referentielijst

  1. Hashimoto, Y., Michihata, N., Yamana, H. et al. 2020. Ophthalmic corticosteroids in pregnant women with allergic conjunctivitis and adverse neonatal outcomes: Propensity score analyses. Am J Ophthalmol. PMID:32681904.
  2. de Groot, E.L., van Huet, R.A.C., Bloemenkamp, K.W.M., de Boer, J.H., Ossewaarde-van Norel, J. 2022. Idiopathic multifocal choroiditis and punctate inner choroidopathy: An evaluation in pregnancy. Acta Ophthalmol  100(1):82-88. PMID:34009733.
  3. Ben Ghezala, I., Mariet, A.S., Benzenine, E. et al. 2022. Association between obstetric complications and intravitreal anti-vascular endothelial growth factor agents or intravitreal corticosteroids. J Pers Med  12(9). PMID:36143159.
  4. Capuano V, Serra R, Oubraham H, et al. 2019. Dexamethasone intravitreal implant for choroidal neovascularization during pregnancy. Retin Cases Brief Rep. 2019 Fall;13(4):300-307. PMID: 28492410
  5. Hodzic-Hadzibegovic, D., Ba-Ali, S., Valerius, M., Lund-Andersen, H. 2017. Quantification of fluid resorption from diabetic macular oedema with foveal serous detachment after dexamethasone intravitreal implant (ozurdex((r)) ) in a pregnant diabetic. Acta Ophthalmol  95(3):324-325. PMID: 27778454
  6. Concillado, M., Lund-Andersen, H., Mathiesen, E.R., Larsen, M. 2016. Dexamethasone intravitreal implant for diabetic macular edema during pregnancy. AmJ Ophthalmol  165:7-15. PMID: 26896557

Laatst bijgewerkt op 24-01-2023


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.