Diverse maagdarmmiddelen tijdens de zwangerschap

Overzicht

Dimeticon en pancreatine kunnen gebruikt worden in de hele zwangerschap. Ursodeoxycholzuur kan in de tweede helft van de zwangerschap gebruikt worden.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - dimeticon
    • - pancreatine (pancreasenzymen: amylase/lipase/protease)
    • - ursodeoxycholzuur (2e en 3e trimester)
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - ursodeoxycholzuur (1e trimester)
arrow icon

Dimeticon
Bij gasophoping of een opgeblazen gevoel kan dimeticon toegepast worden. Dimeticon wordt na orale toediening niet opgenomen uit het maagdarmkanaal.

Ursodeoxycholzuur
Er zijn nog maar een beperkt aantal zwangerschappen beschreven met gebruik van ursodeoxycholzuur in het eerste trimester van de zwangerschap. Bij in totaal 39 zwangerschappen werd geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere complicaties. Dit aantal is te laag om een duidelijke uitspraak te kunnen doen over de veiligheid van dit middel.

In de tweede helft van de zwangerschap kan ursodeoxycholzuur gebruikt worden voor de behandeling van intrahepatische cholestase. Het gebruik is redelijk goed bestudeerd. De onderzoeken laten geen nadelige effecten voor de foetus of pasgeborene zien. Bij de behandeling van intrahepatische cholestase in de tweede helft van de zwanger­schap lijkt ursodeoxycholzuur effectiever dan colestyramine. Sommige auteurs melden tevens een gunstig effect op de zwangerschapsuitkomst.

Laatst bijgewerkt op 13-05-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.